ECLI:NL:CRVB:2013:1588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en boete WGA-uitkering wegens niet verstrekken informatie
Appellant ontving een loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 27 november 2006. Het Uwv heeft deze uitkering herzien en over de periode tot 31 mei 2010 een bedrag van €11.172,95 teruggevorderd wegens het niet verstrekken van informatie over werkzaamheden die appellant verrichtte voor de webwinkel van zijn partner.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen de terugvordering en boete ongegrond verklaard, maar vernietigde het besluit vanwege procedurele fouten bij het opleggen van de boete. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het Uwv voldoende onderzoek heeft gedaan naar de omvang van de werkzaamheden en het inkomen van appellant. Appellant heeft geen concrete, verifieerbare gegevens overgelegd die de schatting van het Uwv weerleggen.
De Raad oordeelt dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden, wat hem objectief en subjectief valt te verwijten, en dat de opgelegde boete van €660,- een evenredige sanctie is. Er zijn geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de procedure binnen vier jaar is afgerond.
Ten slotte oordeelt de Raad dat de door een familielid verleende rechtsbijstand beroepsmatig is en veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigde WGA-uitkering en de boete worden bevestigd; het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.