Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
19 november 2013.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt in een loods te Apeldoorn. De bewezenverklaring omvatte dat verdachte samen met een ander hennepplanten en stekken teelde en bewerkte.
De Hoge Raad beoordeelde het middel dat klaagde over een onvoldoende gemotiveerde bewezenverklaring met betrekking tot het medeplegen. Uit de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van betrokkenen, proces-verbalen van de politie en een NARCO-test die de aanwezigheid van THC bevestigde, kon volgens de Hoge Raad niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander handelde.
Daarom oordeelde de Hoge Raad dat het arrest van het hof niet naar de eis der wet met redenen was omkleed en vernietigde het arrest. De zaak werd terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
De uitspraak werd gewezen door de vice-president van Dorst en raadsheren de Hullu en van den Brink op 19 november 2013.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering van medeplegen en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.