Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van (het oogmerk van) wederrechtelijke toe-eigening als bedoeld in art. 310 Sr Pro, althans dat de bewezenverklaring in dit opzicht onvoldoende met redenen is omkleed.
Tanken zonder te betalen in de Nederlandse rechtspraak
De afbakening tussen diefstal en verduistering
Verduistering
Grensgevallen tussen diefstal en verduistering
De afbakening tussen oplichting en diefstal
NJ2015/259. De verdachte in deze zaak had een valse kopie van een zogenaamde ‘toestemming tot wegvoering’ getoond aan medewerkers van de containerterminal in de haven van Rotterdam. Daarop had hij vier zeecontainers meegekregen. Hij werd veroordeeld voor diefstal. In cassatie werd geklaagd dat de aan de verdachte verweten gedraging niet kon worden aangemerkt als ‘wegnemen’ in de zin van art. 310 Sr Pro. De Hoge Raad overwoog dat het hof had vastgesteld dat de verdachte door middel van het gebruik van een valse kopie van een ‘toestemming tot wegvoering’ de in de bewezenverklaring genoemde goederen uit de macht van de rechthebbende had gehaald en dat het hof klaarblijkelijk had geoordeeld dat de verdachte zich aldus een zodanige feitelijke heerschappij over die goederen had verschaft dat sprake was van wegneming in de zin van art. 310 Sr Pro. Dat oordeel gaf volgens de Hoge Raad geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en was naar de eis der wet met redenen omkleed. De omstandigheid dat de verdachte ook ter zake van oplichting had kunnen worden vervolgd, maakte dit volgens de Hoge Raad niet anders. [37]
Een blik over de grens
Theft Act1968 in werking getreden. De in
section1 van deze wet opgenomen definitie van
theftluidt als volgt:
Appropriationis het centrale bestanddeel van de strafbaarstelling van
theft. In section 3 van de Theft Act 1968 is onder meer het volgende opgenomen over
appropriation:
appropriationis in uitspraken van
the House of Lordsopgerekt. Zo oordeelde
the House of Lordsdat de omstandigheid dat het slachtoffer – een toerist – niet had geprotesteerd toen de verdachte – een taxichauffeur – te veel geld uit de portemonnee van het slachtoffer haalde ter betaling van de rit niet aan het bewijs van
appropriationin de weg stond. [43] In de zaak
Gomezging het om de vraag hoe de gegeven toestemming tot het wegnemen van een goed zich verhield tot het bewijs van het bestanddeel
appropriation. [44] Het ging in deze zaak om een verdachte die in een winkel werkte en met twee medeverdachten was overeengekomen om goederen te leveren in ruil voor gestolen cheques. De verdachte had van de eigenaar toestemming gekregen om over te gaan tot deze levering, omdat de verdachte hem had verteld dat deze cheques “as good as cash” waren. Toen bleek dat de ontvangen cheques niet konden worden geïnd omdat deze gestolen waren, werd de verdachte vervolgd voor
theftvan de desbetreffende goederen. Een meerderheid van
the House of Lordsoordeelde dat de omstandigheid dat de eigenaar toestemming had gegeven tot de levering niet in de weg stond aan het bewijs van
appropriation. In de zaak
Hinksoordeelde
the House of Lordsdat iemand zich schuldig kan maken aan diefstal als hij een gift ontvangt, indien hij
dishonesthandelt bij het ontvangen van die gift. [45]
appropriationheeft onder meer door deze uitspraken een feitelijke, neutrale invulling gekregen. Elke vorm van het uitoefenen van een recht van de eigenaar over een goed levert
appropriationop. Het antwoord op de vraag of sprake is van
theftkomt daarmee vooral af te hangen van de bestanddelen ‘dishonestly’ en ‘the intention of permanently depriving the other’. [46] Deze bestanddelen dienen op het moment van de
approprationte zijn vervuld. Worden deze pas later vervuld, terwijl het goed niet meer aan een ander toebehoorde, dan is geen sprake van
theft.
dishonestlyis in de
Theft Act1968 niet gedefinieerd. In de wet is enkel opgenomen wanneer van
dishonesthandelen (in ieder geval) geen sprake is. [47] In de zaak
Ghoshheeft
the Court of Appealeen
dishonestly-test ontwikkeld die zeer ruim is. Deze bestaat uit twee delen. In de eerste plaats moet worden bepaald “whether according to the ordinary standards of reasonable and honest people what was done was dishonest.” Als het gedrag op basis van deze test als dishonest wordt bestempeld, moet vervolgens worden beoordeeld “whether the defendant himself must have realised that what he was doing was [by the standards of reasonable and honest people] dishonest”. [48]
appropriationhandelen met “the intention to permanently deprive the other”. Als dat kan worden aangetoond, doet niet ter zake dat hij naderhand van mening is veranderd en het goed toch wil teruggeven. [49] Wanneer de verdachte een goed onder zich heeft gekregen omdat hij het heeft geleend of gehuurd en hij later besluit het niet terug te brengen maar het zichzelf toe te eigenen, vindt de
appropriationplaats op het moment van de toe-eigening. [50] Hieruit blijkt dat het onderscheid tussen diefstal en verduistering naar Engels recht niet meer bestaat.
fraudomvat een waaier aan uiteenlopende situaties, die in sommige gevallen – gelet op de ruime reikwijdte van het bestanddeel a
ppropriation– ook als
theftkunnen worden aangemerkt. In
section1 van de
Fraud Act2006 is
fraudals volgt gedefinieerd:
Fraudkan zich aldus op drie manieren manifesteren. Ik zal mij in het onderstaande concentreren op fraud ‘by false representation’. In section 2 is bepaald wat deze vorm van
fraudbehelst:
dishonestheeft gehandeld. Sinnige geeft als voorbeelden van
fraud by false representationhet gebruikmaken van een gestolen bankpasje of seizoenkaart of busabonnement van een ander. Ook het invoeren van de pincode van een ander levert
fraud by false representationop. Voorts wijst zij erop dat deze vorm van
fraudvaak overlap zal vertonen met
theft. [54]
fraudworden aangemerkt.
Tanken zonder te betalen
Edwards v Ddinbepaald dat tijdens het tanken de eigendom van de benzine wordt overgedragen. [55] De verdachte in deze zaak, die na het tanken was weggereden zonder te betalen, kon niet worden veroordeeld voor
theft. Op het moment dat hij wegreed, behoorde de benzine hem reeds toe en was dus geen sprake van een ‘property, belonging to another’. Als bewezen kon worden verklaard dat de verdachte reeds ten tijde van het zich toe-eigenen van de benzine
dishonestwas geweest en dat hij handelde met ‘the intention of permanently depriving the other’, zou van
theftwel sprake kunnen zijn geweest. [56]
Theft Actin 1978 een nieuwe strafbepaling opgenomen: ‘making off without payment’. Deze strafbepaling kan worden toegepast in gevallen als hiervoor bedoeld, waarin een veroordeling wegens diefstal niet mogelijk is. [57] Section3 van de
Theft Act1978 luidt als volgt:
dishonestis op het moment waarop hij wegrijdt van het tankstation (hetgeen in de regel het geval zal zijn als hij niet heeft betaald), vervult hij de delictsomschrijving.
dishonestyen ‘the intention of permanently depriving the other’. Een veroordeling wegens
theftzou daarop kunnen afstuiten. Naar aanleiding van deze – kennelijk veel voorkomende – modus operandi heeft
the Crown Prosecution Servicezijn vervolgingsrichtlijnen aangepast en aangegeven onder welke omstandigheden een vervolging wegens
theftin dergelijke gevallen wel tot de mogelijkheden zou kunnen behoren. [59] Voorts heeft het gewezen op de strafbaarstelling van
fraud. Wel wordt vooropgesteld dat in veel gevallen sprake zal zijn van een “genuine error”, te weten in geval iemand daadwerkelijk pas na het tanken ontdekt dat hij de benzine niet kan betalen. In die gevallen ligt een strafvervolging niet in de rede. Een vervolging wegens
fraud by false representationis wel mogelijk als de verdachte bij het tekenen van een schuldbekentenis valse gegevens opgeeft. In dat geval kan worden gesproken van “a deliberate and dishonest gain for himself (the free fuel) or causing loss to another (the petrol station)”. Een veroordeling wegens diefstal is in veel gevallen moeilijk, maar onder omstandigheden volgens het Crown Prosecution Service wel haalbaar. Te denken valt aan gevallen waarin iemand herhaaldelijk hetzelfde gedrag vertoont. Daaruit zou kunnen worden afgeleid dat hij voorafgaand aan het tanken wist dat hij nooit zou gaan betalen, zodat de noodzakelijke
dishonest intentreeds bestond voorafgaand aan het tanken (en dus voorafgaand aan het moment van
appropriation). De achterliggende redenering is dan naar ik meen dat op het moment van het tanken de
theftis voltooid en dat het later tekenen van een schuldbekentenis aan die voltooide
theftniet afdoet.
Duitsland
Strafgesetzbuch(StGB). De delictsomschrijving luidt als volgt:
Wegnehmen.
Wegnehmenwordt gedefinieerd als “der Bruch fremden Allein- oder Mitgewahrsams und die Begründung neuen Gewahrsams”.
Gewahrsamwordt omschreven als “ein tatsächliches Herrschaftsverhältnis zwischen einer Person und einer Sache, das von einem Herrschaftswillen getragen ist”. [60] Het staat niet gelijk aan de civielrechtelijke invulling van het begrip
Besitz. [61]
Gewahrsambestaat aldus uit twee aspecten. In de eerste plaats moet er een
Herrschaftsverhältnisbestaan, waarbij kan worden gedacht aan het uitoefenen van feitelijke heerschappij over een goed. In de tweede plaats is een subjectief element vereist, de
Herrschaftswillen. De vraag of aan deze vereisten is voldaan, moet worden beantwoord aan de hand van “der natürlichen Auffassung des täglichen Lebens”. [62]
Gewahrsamkan sprake zijn als goederen in een supermarkt in een tas worden gestopt of worden opgegeten of opgedronken. [63] Evenals in Nederland, dient het wegnemen plaats te vinden met het oogmerk zich het goed wederrechtelijk toe te eigenen. [64]
Unterschlagung) is neergelegd in par. 246 StGB:
Betrug) is strafbaar gesteld in paragraaf 263 StGB:
Täuschung): “Eine Einwirkung auf die Vorstellungen des Getäuschten voraus, nämlich ein Verhalten des Täters, das objektiv geeignet und subjektiv bestimmt ist, beim Adressaten eine Fehlvorstellung über tatsächliche Umstände hervorzurufen”. [67] Voorts is vereist dat schade wordt toegebracht aan het vermogen van de ander en dat wordt gehandeld met het doel zichzelf of een derde een wederrechtelijk voordeel te verschaffen. Door de misleiding moet daadwerkelijk een verkeerde voorstelling van zaken zijn gewekt; er moet een
Irrtumworden bewerkstelligd bij een natuurlijke persoon. Anders dan in Nederland, bevat de strafbepaling ter zake van
Betruggeen (limitatief opgesomde) middelen waarmee de misleiding zou moeten worden bewerkstelligd. Daardoor lijkt de strafbaarstelling van
Betrugruimer te zijn dan de strafbaarstelling van oplichting naar Nederlands recht. [68]
Strafbaarheid van tanken zonder te betalen
Bundesgerichtshofheeft in 2011 in een civiele zaak bepaald dat reeds als de klant begint te tanken een koopovereenkomst ontstaat tussen de klant en de pomphouder.
Bundesgerichtshofmaakte in dezelfde uitspraak duidelijk dat een vergelijking met het aanschaffen van goederen in zelfbedieningswinkels (zoals supermarkten) niet opgaat, omdat de koopovereenkomst in de laatstgenoemde situatie pas tot stand komt bij het betalen van de goederen aan de kassa. Waar in zelfbedieningswinkels goederen probleemloos in een mandje of winkelwagentje kunnen worden gelegd en daarna weer kunnen worden teruggelegd, ontstaat bij het voltanken van de auto een onomkeerbare situatie: de eenmaal getankte benzine kan niet meer worden teruggeleid. Het
Bundesgerichtshofoverweegt in dit verband:
Wegnehmenen dus aan een veroordeling wegens diefstal als een klant tankt en vervolgens wegrijdt zonder te betalen. Van
Wegnehmenkan volgens hem niet worden gesproken als de
Gewahrsammet toestemming van de eigenaar van het tankstation naar de klant overgaat. Dat de klant reeds op voorhand niet van plan was voor de benzine te betalen, maakt dat naar zijn mening niet anders. [70]
Bundesgerichtshofheeft, onder verwijzing naar eerdere rechtspraak, zich uitgesproken over de vraag welk strafbaar feit het tanken zonder te betalen oplevert. [71] Daarbij heeft het geoordeeld dat in het bijzonder een veroordeling wegens oplichting in aanmerking komt. Het
Bundesgerichtshofoverweegt het volgende:
Bundesgerichtshofmee dat het hier niet gaat om een wegnemen in de zin van diefstal, maar om een door misleiding bewerkstelligd afgeven. Het
Bundesgerichtshofwijst er nog expliciet op dat in het midden kan blijven of met het tanken de verdachte ook de eigendom van de benzine heeft verkregen. [72] In ieder geval stelt de verdachte zich door de misleiding in het bezit (“Besitz”) van de benzine en bewerkstelligt hij daarmee een vermogensvoordeel, terwijl het tankstation een vermogensnadeel lijdt. Strafbaarheid wegens verduistering blijft vanwege de subsidiariteitsclausule buiten beeld. Wanneer het personeel van het tankstation niet heeft gemerkt dat de verdachte zelf heeft getankt, is geen sprake van een voltooide oplichting, maar zal in voorkomende gevallen wel sprake kunnen zijn van een poging daartoe. [73] Dat zal verband houden met de omstandigheid dat in een dergelijk geval niet kan worden gesproken van een ‘Irrtum’. De valse voorstelling – het tanken en zich daarmee voordoen als betalende klant – is immers niet opgemerkt.
Conclusie
theftals
fraudopleveren en is het bovendien mogelijk de verdachte te bestraffen wegens
making off without payment. In zijn richtlijnen heeft
the Crown Prosecution Serviceaangegeven welk delict in welke gevallen in aanmerking komt. Een vervolging wegens
making off without paymentligt in de rede in gevallen waarin de verdachte direct na het tanken wegrijdt zonder te betalen.
Theftkomt in beeld als uit het gedrag van de verdachte blijkt dat hij voorafgaand aan het tanken
dishonestwas en de intentie had “of permanently depriving the other”. Een dergelijk geval kan zich voordoen als de verdachte meermalen na het tanken bij de kassa heeft aangegeven niet te kunnen betalen en een schuldbekentenis heeft getekend, maar achteraf nooit heeft betaald.
Fraudzou bijvoorbeeld aan de orde kunnen zijn als de verdachte bij het tekenen van een schuldbekentenis valse gegevens opgeeft, zodat het traceren van de betrokkene wordt bemoeilijkt.
Bundesgerichtshofgeoordeeld dat een veroordeling wegens oplichting – en niet diefstal en verduistering - in de rede ligt als de verdachte tankt en wegrijdt zonder te betalen, terwijl een poging tot oplichting aan de orde kan zijn als de verdachte zelf betaalt en niet wordt opgemerkt.
theftbeide varianten omvat en in het Duitse recht in dit verband vooral oplichting centraal staat. Gelet op de limitatieve opsomming van oplichtingsmiddelen in art. 326 Sr Pro, is deze weg in Nederland in de meeste gevallen niet begaanbaar. Daarop kom ik hieronder terug. De vraag rijst welke ruimte bestaat voor de kwalificaties diefstal en verduistering. Daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen de situatie waarin direct na het tanken wordt weggereden zonder te betalen en die waarin een schuldbekentenis wordt getekend, terwijl de verbintenis om te betalen niet wordt nagekomen. In het onderstaande wordt hierop nader ingegaan.
theft.
Tanken zonder te betalen en oplichting
NJ1995/46 van belang. In deze zaak had de verdachte voor f 10,- benzine getankt en wilde hij de benzine en een slof sigaretten betalen met een creditcard die niet op zijn naam stond. Toen dit niet lukte, is hij met de getankte benzine en zonder sigaretten weggereden. Het middel behelsde de klacht dat van een poging tot het doen afgeven van benzine geen sprake was omdat de benzine – naar ik aanneem: met het tanken – reeds daadwerkelijk was afgegeven. A-G Meijers gaf de steller van het middel hierin gelijk, maar de Hoge Raad oordeelde anders. De Hoge Raad overwoog dat het hof de in de tenlastelegging voorkomende term ‘afgifte’ had opgevat in de betekenis van toelaten dat wordt weggenomen. Die opvatting achtte de Hoge Raad niet strijdig met de bewoordingen en de strekking van de tenlastelegging en niet onbegrijpelijk. Voorts oordeelde de Hoge Raad dat het hof – bij die opvatting van de desbetreffende term – het bewezen verklaarde uit de gebezigde bewijsmiddelen had kunnen afleiden. De bewijsmiddelen dwongen niet tot het oordeel dat daadwerkelijk tot afgifte was overgegaan.
Conclusie
De onderhavige zaak
tweede middelbehelst de klacht dat het hof het bewezen verklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als “meermalen gepleegd” en art. 57 Sr Pro heeft toegepast, terwijl sprake zou zijn geweest van slechts één strafbaar feit.