Uitspraak
,nummer RK 12/356
,op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
1.Geding in cassatie
2.De bestreden beschikking
Van een redelijk vermoeden van schuld aan strafbare feiten begaan door klager is immers geen sprake. De rechter-commissaris had dan ook niet tot een doorzoeking ter inbeslagneming mogen beslissen. Het beklag dient daarom gegrond te worden verklaard.
uitstrekt - uitsluitend doorbroken mag worden in geval van zeer uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan het belang dat de waarheid aan het licht komt, moet prevaleren boven dat recht, en die omstandigheden er hier niet zijn. Het enkele feit dat klager als verdachte is aangemerkt, is hiertoe onvoldoende. Uit het dossier blijkt bovendien dat klager niet meer heeft gedaan dan het verrichten van werkzaamheden die passen bij en vallen binnen de taak- en beroepsuitoefening van een advocaat in het vreemdelingenrecht.
Een strafrechtelijk verwijt valt hem in deze niet te maken.
De klager kan zich ten aanzien van de in beslag genomen goederen dan ook niet op het verschoningsrecht beroepen.
Opgemerkt wordt dat in het zogenaamde artikel 140 Sr Pro-proces-verbaal ([A] 7/OPV) d.d. 26 juli 2011, klager niet als één van de (zes) verdachten wordt genoemd.
Uit het proces-verbaal van de SIOD (hiermee worden ook hierna steeds alle vijf ten tijde van de behandeling in raadkamer verstrekte SIOD-processen-verbaal bedoeld) en de daaraan ten grondslag liggende stukken volgt dat er onder meer door klager vergunningsaanvragen zijn gedaan waar mogelijk iets mis mee is.
Door de officier van justitie is niet duidelijk gemaakt waar dit verschil in gelegen is. Uit het SIOD-proces-verbaal volgt weliswaar dat er sprake is van getalsmatig veel vergunningsaanvragen die door klager zijn verzorgd, maar dit enkele gegeven hoeft op zichzelf nog niet strafrechtelijk relevant te zijn. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat uit hetzelfde SIOD-proces-verbaal blijkt dat er tussen klager en de betrokken instanties (UWV en IND) op verschillende momenten (en met name in 2007) is gecommuniceerd over de algemene gang van zaken met betrekking tot de aanvragen, waarbij klager vragen heeft beantwoord en opening van zaken heeft gegeven.
De door het UWV en de IND aan de SIOD verstrekte gespreksverslagen en de correspondentie bevatten geen (enkele) aanwijzing voor de stelling dat klager daarbij anders dan met open vizier heeft gehandeld.
Hoewel de betrokken instanties op de hoogte waren van de door de SIOD genoemde verdachte omstandigheden, zoals het in verschillende aanvragen hanteren van dezelfde vestigings- en woonadressen en het jarenlang in oprichting zijn van de in de aanvragen opgevoerde bedrijven, zijn er desalniettemin in die wetenschap en na de gevoerde gesprekken nog jarenlang en steeds onder vergelijkbare omstandigheden vergunningen verstrekt op basis van de door klager ingediende aanvragen.
De rechtbank zal daarom de teruggave gelasten van het inbeslaggenomene aan klager, als degene onder wie het inbeslaggenomene in beslag is genomen."
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Slotsom
6.Beslissing
10 december 2013.