Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 december 2013.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof te Leeuwarden van 23 december 2011 in een strafzaak. Namens de verdachte heeft mr. D.C. Keuning middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Op 10 december 2013 heeft de Hoge Raad het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in aanwezigheid van griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.