Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
24 september 2013.
Hoge Raad
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzittingen in hoger beroep en er was onduidelijkheid over de rechtsbijstand door de raadsman.
Het hof had het onderzoek voortgezet zonder dat duidelijk was of de opvolgende raadsman van de verdachte adequaat was geïnformeerd over de zitting, terwijl art. 51 Sv Pro voorschrijft dat een raadsman als zodanig erkend moet worden indien uit het dossier blijkt dat hij rechtsbijstand verleent. Het hof oordeelde ten onrechte dat deze bepaling niet van toepassing was omdat de opvolgende raadsman zich niet had gesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof had moeten nagaan of het voorschrift van art. 51 Sv Pro was nageleefd en dat het niet nakomen van dit voorschrift de geldige behandeling van de zaak buiten aanwezigheid van verdachte en zijn raadsman in de weg staat. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens niet-naleving van art. 51 Sv en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.