In deze zaak hebben eisers cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 januari 2013. De zaak betreft een geschil met de gemeente Gemert-Bakel. De Procureur-Generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op grond van artikel 80a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO).
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de eisers klaarblijkelijk onvoldoende belang hebben bij het cassatieberoep of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 80a lid 1 RO en na het horen van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft daarnaast de eisers veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van de gemeente zijn begroot op € 792,38 aan verschotten en € 800,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.A. Loth.