ECLI:NL:HR:2013:BW5395
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over factuurvereisten omzetbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een onderneming in mobiele telefoons, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over augustus 2003. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat de facturen niet voldeden aan de wettelijke eisen omtrent naam en adres van de leverancier. De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond en verleende teruggaaf, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte een onjuiste maatstaf hanteerde bij de beoordeling of de facturen voldeden aan de vereisten van artikel 35, lid 1, van de Wet op de omzetbelasting. De Hoge Raad stelt dat het voldoende is dat de leverancier met de op de factuur vermelde naam en adres kan worden geïdentificeerd en getraceerd. Tevens heeft het Hof ten onrechte het beroep van belanghebbende op het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 24 april 1991 niet behandeld.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het Hof onterecht het bewijsaanbod van belanghebbende als ingetrokken heeft beschouwd en dat het Hof zonder nadere motivering feiten heeft vastgesteld die in hoger beroep waren betwist. Gezien deze gebreken vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.