Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van de rechtbank
€ 1.732,38
€ 908,70
5.Beoordeling van het geschil
1 januari 2010 tot en met 31 maart 2010
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een eenmanszaak actief in beveiliging en horeca, kreeg meerdere naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de jaren 2006 tot en met 2010, inclusief vergrijpboetes en heffingsrente. Deze aanslagen volgden op een langdurig boekenonderzoek waarbij ernstige tekortkomingen in de uren-, kas-, bank- en WID-administratie werden vastgesteld.
Belanghebbende diende bezwaar in tegen de aanslagen, maar de inspecteur verklaarde de bezwaren over de laatste tijdvakken niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de aanslagen over 2006, 2007 en 2008 ongegrond, maar oordeelde dat de bezwaren over 2009 en 2010 terecht niet-ontvankelijk waren. Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende hoger beroep in.
Het Hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de bezwaarschriften over 2009 en 2010 terecht niet-ontvankelijk zijn wegens termijnoverschrijding. Tevens bevestigt het Hof dat de inspecteur terecht naheffingsaanslagen en vergrijpboetes oplegde wegens gebrekkige administratie, waarbij omkering en verzwaring van de bewijslast gerechtvaardigd is. De door belanghebbende ingediende gecorrigeerde facturen in hoger beroep worden niet geaccepteerd omdat deze te laat zijn ingediend en niet leiden tot herstel van de administratie.
De vergrijpboetes van 25% van de nageheven belasting worden passend geacht gezien de ernstige tekortkomingen en laakbare slordigheid van belanghebbende. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de naheffingsaanslagen en vergrijpboetes en verklaart de bezwaarschriften over 2009 en 2010 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.