ECLI:NL:HR:2013:BW8366
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op verliesverrekening wegens onzakelijke lening in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een houdster- en financieringsmaatschappij, had in 2001 een meerderheidsbelang genomen in een vennootschap die een doorstart maakte van een failliete groothandel. Zij verstrekte leningen aan een dochtermaatschappij die de activa en passiva van de gefailleerde overnam. In 2003 wilde belanghebbende een lening aan deze dochter afwaarderen en het verlies op haar deelneming in de vennootschap in aanmerking nemen.
De Rechtbank Haarlem had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en het verlies vastgesteld, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond. Het Hof oordeelde dat sprake was van een onzakelijke lening en dat belanghebbende niet had voldaan aan haar stelplicht omtrent de waarde in het economische verkeer van haar deelneming.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof en wijst het cassatieberoep af. Het Hof was niet verplicht om belanghebbende nader in de gelegenheid te stellen haar stelplicht te vervullen of zelf feitenonderzoek te verrichten. De Hoge Raad acht de motivering van het Hof voldoende en ziet geen onjuiste rechtsopvatting.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de lening onzakelijk is, waardoor verliesverrekening niet mogelijk is.