ECLI:NL:PHR:2013:BX5539
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bewijsuitsluiting en ondervragingsrecht bij bedreigde getuige in heroïnehandelzaak
In deze strafzaak is verdachte veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met een verbod uit de Opiumwet, met betrekking tot de aankoop van heroïne. Een cruciaal bewijsstuk was de verklaring van een getuige, die ter terechtzitting verscheen maar weigerde vragen te beantwoorden vanwege bedreigingen.
De verdediging betoogde dat de verklaring van deze getuige niet gebruikt mocht worden, omdat het ondervragingsrecht van verdachte was geschonden. Het hof verwierp dit en oordeelde dat voldoende steunbewijs bestond in andere bewijsmiddelen, zoals opgenomen gesprekken en observaties. De getuige werd als onwillige getuige aangemerkt, en verzoeken om hem opnieuw op te roepen of te gijzelen werden afgewezen.
De Hoge Raad overweegt uitgebreid de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), met name de criteria rond het gebruik van verklaringen van getuigen die niet ter terechtzitting verklaren. De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of er objectieve gronden waren voor de bedreigingen en of er alternatieven waren om de getuige veilig te horen, zoals waarborging van anonimiteit.
Daarom is het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd en dient de zaak te worden vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde beoordeling. Daarnaast is een middel over overschrijding van de redelijke termijn gegrond verklaard.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege onvoldoende motivering over bedreigingen van de getuige en het ondervragingsrecht.