ECLI:NL:HR:2013:BX7926
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- C.H.W.M. Sterk
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing artikel 16 Wet IB 1964 bij zetelverplaatsing vennootschap naar Malta
In deze zaak is aan belanghebbende, een vennootschap opgericht naar Nederlands recht, voor het jaar 2000 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd. Belanghebbende had haar werkelijke leiding op 1 juni 2000 verplaatst van Nederland naar Malta. Ten tijde van deze zetelverplaatsing bezat zij een in Nederland gelegen bedrijfspand en een effectenportefeuille met stille reserves.
De Rechtbank Haarlem en het Hof Amsterdam verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigden de aanslag. De Hoge Raad heeft in cassatie de uitleg van artikel 16 Wet Pro IB 1964 in samenhang met artikel 8, lid 1, Wet Vpb 1969 bevestigd. Artikel 16 is Pro van toepassing wanneer een belastingplichtige ophoudt in Nederland belastbare winst uit onderneming te genieten, zoals bij emigratie of zetelverplaatsing.
De Hoge Raad overwoog dat ook wanneer een vennootschap voor toepassing van een belastingverdrag niet langer in Nederland is gevestigd, artikel 16 van Pro toepassing blijft om te voorkomen dat geaccumuleerde verborgen winsten buiten de Nederlandse heffing blijven. De zetelverplaatsing naar Malta leidt ertoe dat Nederland niet langer belasting kan heffen over de effectenportefeuille, maar artikel 16 zorgt Pro voor een partiële eindafrekening van de stille reserves.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van Rechtbank en Hof. Er werden geen proceskosten aan de wederpartij opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de partiële eindafrekening van stille reserves bij zetelverplaatsing wordt bevestigd.