Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2013:BY5560

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00944
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt twee middelen, waarbij het eerste middel wordt verworpen zonder nadere motivering. Het tweede middel klaagt terecht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, doordat de stukken te laat door het hof werden ingezonden.

De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal en vernietigt het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf. De straf wordt verminderd met drie maanden, waardoor de nieuwe duur twee maanden en drie weken bedraagt. Het beroep wordt voor het overige verworpen.

De uitspraak benadrukt het belang van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro en illustreert dat overschrijding daarvan kan leiden tot strafvermindering. De Hoge Raad handhaaft verder het arrest van het hof, behoudens de strafmaat.

De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken op 8 januari 2013.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd met drie maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

8 januari 2013
Strafkamer
nr. S 12/00944
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 27 januari 2011, nummer 20/002885-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2. Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van drie maanden.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze twee maanden en drie weken beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 8 januari 2013.