Conclusie
1.Inleiding
2.De bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof
1. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 3 november 2021 (pagina's 4 tot en met 7 van het politiedossier), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant]:
(het hof begrijpt: PL2000-2021288427-1)d.d. 27 oktober 2021 heb ik een onderzoek ingesteld naar het wederrechtelijk verkregen voordeel van:
(het hof begrijpt: 2020).
Algemeen
‘De verklaring van de verdachte’, niet aannemelijk geworden. In het bijzonder acht het hof niet aannemelijk dat de verdachte zijn woning, die op dat moment niet geschikt was om te bewonen, juist ter bewoning ter beschikking heeft gesteld aan een persoon genaamd [betrokkene 1]. De verdachte zou de woning gedurende meerdere maanden kosteloos aan deze [betrokkene 1] ter beschikking hebben gesteld, terwijl de verdachte maandelijks een aanzienlijke huursom en daarnaast het gebruik van gas, water en licht was verschuldigd aan de verhuurder en een energiemaatschappij. Voorts kende de verdachte deze [betrokkene 1] voorafgaand aan hun toevallige ontmoeting in Rotterdam in het geheel niet en heeft de verdachte noch tijdens noch na afloop van hun ontmoeting aan deze [betrokkene 1] identiteits- of contactgegevens, zoals een telefoonnummer, gevraagd of gekregen. De verdachte beschikt enkel over een voornaam en een algemeen signalement van deze [betrokkene 1]. De verdachte zou met [betrokkene 1] tijdens hun ontmoeting in Rotterdam slechts zeer algemeen en mondeling geformuleerde afspraken hebben gemaakt over de in de woning te verrichten onderhoudswerkzaamheden en in de periode waarin deze onderhoudswerkzaamheden verricht zou in het geheel geen contact plaatsvinden tussen de verdachte en [betrokkene 1].