ECLI:NL:HR:2013:BY5917

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/02811
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:431 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling geschil over door bewindvoerder te betalen verzorgingskosten onder meerderjarigenbewind

In deze zaak stond de vraag centraal of een geschil over bedragen die een bewindvoerder moet betalen voor de verzorging van een meerderjarige onder bewind aan de rechter kan worden voorgelegd. De verzoekers, allen betrokken bij het meerderjarigenbewind, hadden beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Leeuwarden.

De feiten betreffen eerdere beschikkingen van de kantonrechter te Groningen en een beschikking van het hof, waarin beslissingen waren genomen over de financiële afwikkeling van verzorgingskosten onder het meerderjarigenbewind. De bewindvoerder heeft geen verweerschrift ingediend in cassatie.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.

De uitspraak bevestigt de bestaande rechtspraktijk omtrent de rol van de rechter bij geschillen over door bewindvoerders te betalen bedragen voor verzorging binnen het kader van het meerderjarigenbewind. Hiermee is duidelijkheid verschaft over de toetsingsmogelijkheden in dergelijke financiële geschillen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beschikking van het gerechtshof.

Uitspraak

11 januari 2013
Eerste Kamer
12/02811
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
2. [Verzoekster 2],
3. [Verzoeker 3],
4. [Verzoekster 4],
allen wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
KOMPAS ZUIDLAREN B.V.,
gevestigd te Zuidlaren,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster 1], [verzoekster 2] en de ouders en de bewindvoerder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 487835/BM VERZ 10-5961 en 487835/BM VERZ 10-5961 BM: 2736, 2737 van de kantonrechter te Groningen van 29 maart 2011 en 26 mei 2011;
b. de beschikking in de zaken 200.092.869 en 200.100.931 van het gerechtshof te Leeuwarden van 6 maart 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoekster 1], [verzoekster 2] en de ouders beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De bewindvoerder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 11 januari 2013.