ECLI:NL:PHR:2013:BY5917
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschillen over betalingen en indicatie bij meerderjarigenbewind en mentorschap
In deze zaak gaat het om twee zussen met een verstandelijke beperking en psychiatrische aandoening, voor wie meerderjarigenbewind en mentorschap zijn ingesteld. Er ontstond een geschil tussen hun ouders en de bewindvoerder over de bedragen die de ouders voor verzorging, kost en inwoning uit de middelen van de zussen zouden moeten ontvangen, evenals over zakgeld en kleedgeld. Tevens was er een conflict met de mentor over het aanvragen van een CIZ-indicatie.
De kantonrechter honoreerde deels de verzoeken omtrent betalingen, maar wees de verzoeken tegen de mentor af. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de wet geen specifieke rechtsgang biedt voor geschillen over beheershandelingen van de bewindvoerder of het handelen van de mentor, anders dan via rekening en verantwoording of ontslagverzoeken.
De Hoge Raad bevestigt dat de wet geen algemene mogelijkheid biedt om beleidsbeslissingen van bewindvoerders of mentoren rechtstreeks aan de rechter voor te leggen. Een beroep op art. 1:438 BW Pro (machtiging voor beschikking over goederen) is niet van toepassing op beheershandelingen of mentorschapsbeslissingen. Ook het recht op toegang tot de rechter (art. 6 EVRM Pro) wordt niet geschonden, omdat voldoende rechtsbescherming via andere procedures bestaat. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; geschillen over betalingen en indicatie kunnen niet rechtstreeks aan de rechter worden voorgelegd.