ECLI:NL:HR:2013:BY7903
Hoge Raad
- Cassatie
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen schending redelijke termijn bij cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam uit 2011 in een strafzaak. De verdachte stelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden vanwege te late inzending van stukken door het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de overschrijding van de inzendtermijn in de cassatiefase voldoende werd gecompenseerd doordat de Hoge Raad de zaak binnen veertien maanden na het instellen van het cassatieberoep afhandelde. Hierdoor kon niet worden gesproken van een schending van het recht op een redelijke termijn.
Het middel van cassatie faalde en het beroep werd verworpen. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren J. de Hullu, Y. Buruma en N. Jörg op 8 januari 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens voldoende compensatie van de termijnoverschrijding.