ECLI:NL:PHR:2013:BZ1543
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert straf voor poging tot moord en bedreiging met vuurwapen
De zaak betreft een verdachte die op 12 april 2010 te Nijmegen werd veroordeeld door het Gerechtshof Arnhem tot vijf jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord en meervoudige bedreiging met een vuurwapen. Het hof stelde vast dat verdachte opzettelijk en met voorbedachten rade op een slaapkamerdeur schoot terwijl het slachtoffer zich daarachter bevond, en dat hij meerdere aanwezigen bedreigde met een vuurwapen.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat er een aanmerkelijke kans bestond dat het slachtoffer dodelijk zou worden getroffen en dat de bewezenverklaringen tegenstrijdig waren. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof terecht oordeelde dat verdachte wist dat het slachtoffer zich achter de deur bevond en bewust een schot loste dat dodelijk had kunnen zijn.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor het behandelen van het cassatieberoep was overschreden, waardoor de strafvermindering op zijn plaats was. De Hoge Raad vernietigde daarom de strafoplegging en bepaalde dat de straf verminderd moest worden tot de gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor poging tot moord en bedreiging en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.