Conclusie
eerste middelkomt op tegen de verwerping van het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de ververvolging wegens schending van het vertrouwensbeginsel.
3.1 Schending vertrouwensbeginsel
Door de verdediging is betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard vanwege schending van het vertrouwensbeginsel. De verdediging voert hiertoe aan dat de raadsman heeft aangevoerd dat de advocaat-generaal tijdens de behandeling van de strafzaak van veroordeelde in hoger beroep heeft meegedeeld dat er geen ontnemingsvordering meer aanhangig zou worden gemaakt. De advocaat-generaal heeft kort daarna deze mededeling door middel van een brief aan de raadsman van verdachte van 28 april 2008 herroepen. De verdediging stelt zich op het standpunt dat deze brief niet af doet aan het door de advocaat-generaal ter zitting opgewekte vertrouwen dat er geen ontnemingsvordering meer zou komen.
'Ontnemingsvordering is er niet gekomen en dat kan ook niet meer'.
tweede middelklaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase.