ECLI:NL:HR:2013:BY8117
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrekbaarheid periodieke giften bij schenking certificaten aandelen
In deze zaak ging het om de vraag of erfgenamen recht hebben op aftrek van giften over periodieke uitkeringen die voortvloeien uit een schenking van certificaten van aandelen, waarbij de schenker was overleden en de verplichtingen op de erfgenamen waren overgegaan.
De erflaatster had in 2001 een recht op periodieke uitkeringen geschonken aan een stichting, bestaande uit jaarlijkse overdracht van certificaten aandelen. Na haar overlijden in 2002 hebben de erfgenamen de verplichtingen uit de schenking alsnog uitgevoerd. Belanghebbende nam de waarde van de geleverde certificaten en het betaalde schenkingsrecht in 2003 in aftrek als persoonsgebonden gift.
De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag op die werd gehandhaafd door de Inspecteur en de Rechtbank, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de aanslag. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het Hofarrest.
De Hoge Raad oordeelde dat de schenking in 2001 een waardeverschuiving uit het vermogen van de erflaatster naar de stichting heeft teweeggebracht en dat de verplichtingen op de erfgenamen zijn overgegaan zonder van aard te veranderen. De voorwaarde van vrijgevigheid moet worden beoordeeld op het moment van de schenkingsovereenkomst. Ook de eis van vaste en gelijkmatige uitkeringen is vervuld, ondanks dat de betaling van de uitkering over 2002 pas in 2003 plaatsvond. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag verminderd door het Hof gehandhaafd.