ECLI:NL:HR:2013:BY8957
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring en verwerpt cassatie in witwaszaak medeplegen
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij in de periode van januari 2006 tot juli 2007 te Soest en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, grote geldbedragen waarvan de herkomst uit misdrijf was, heeft verborgen en verhuld. Het hof verklaarde dit bewezen op grond van onder meer de vondst van geldpakketten in het portier van een auto, de aanwezigheid van grote banktegoeden op Marokkaanse rekeningen, en het ontbreken van een aannemelijke legale herkomst.
De verdediging stelde dat het geld legaal was verkregen en dat het saldo op de bankrekeningen afkomstig was van de vader van verdachte. Het hof verwierp deze stellingen op grond van onder meer het ontbreken van stortingsbewijzen, het lage inkomen van de vader, en het feit dat verdachte de bankrekeningen niet had opgegeven aan de uitkeringsinstantie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewezenverklaring voldoende had gemotiveerd, zowel ten aanzien van het verbergen van de herkomst van het geld als het medeplegen van witwassen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring van medeplegen witwassen.