ECLI:NL:HR:2013:BZ1064

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 maart 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/05891
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a lid 1 ROArt. 285 lid 1 FwArt. 287 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken gegevens in schuldsaneringsregeling

In deze zaak betrof het verzoeker die in cassatie ging tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch inzake een schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank had eerder een beschikking gegeven, waarna het hof het beroep behandelde. Het cassatieberoep richtte zich op vermeende fouten in de procedure en de beoordeling.

De Procureur-Generaal stelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 RO, omdat de noodzakelijke gegevens zoals bedoeld in artikel 285 lid 1 Fw Pro ontbraken. De advocaat van verzoeker reageerde hierop, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om behandeling in cassatie te rechtvaardigen.

De Hoge Raad concludeerde dat verzoeker klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest bevestigt het belang van volledige en juiste gegevens bij verzoeken tot schuldsaneringsregelingen en de strikte toetsing van ontvankelijkheid in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van noodzakelijke gegevens in het verzoek tot schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

22 maart 2013
Eerste Kamer
12/05891
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 252142/FT-RK 12.1463 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 31 oktober 2012;
b. het arrest in de zaak HV 200.116.611/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 december 2012.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 12 februari 2013 op dit standpunt gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 22 maart 2013.