ECLI:NL:HR:2013:BZ1462
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vaststelling Nederlanderschap afgewezen in cassatie
In deze zaak heeft verzoeker, woonachtig te een woonplaats, een verzoek ingediend tot vaststelling van het Nederlanderschap op basis van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). De rechtbank 's-Gravenhage wees op 30 januari 2012 een beschikking in deze zaak, waartegen verzoeker beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geconcludeerd dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO) is geen nadere motivering vereist, omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken.
De Hoge Raad heeft het beroep van verzoeker verworpen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Streefkerk (voorzitter), de Groot, Polak en uitgesproken door raadsheer Loth op 19 april 2013.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.