ECLI:NL:HR:2013:BZ1890
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende bewijs en verzuim wettelijke rente in zedenzaken
De Hoge Raad heeft op 12 februari 2013 het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 november 2009 vernietigd voor zover het betrekking had op het subsidiair ten laste gelegde feit van ontuchtige handelingen jegens een minderjarige en de beslissing over de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van wettelijke rente.
De zaak betrof een verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes in Urk, gepleegd in verschillende perioden. Het hof achtte de aangifte van één van de benadeelden betrouwbaar en baseerde de bewezenverklaring mede op haar verklaring en die van enkele getuigen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onvoldoende expliciet had gemotiveerd dat het bewijs aan het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv Pro voldeed, dat vereist dat een enkele getuigenverklaring steun vindt in ander bewijsmateriaal.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het hof had verzuimd de verdachte te veroordelen tot betaling van wettelijke rente over de toegewezen schadevergoeding aan de benadeelde partij, zoals vereist volgens eerdere jurisprudentie. De Hoge Raad verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling van deze onderdelen en verwierp het cassatieberoep voor het overige.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering van bewijsbeslissingen in zedenzaken en de correcte toepassing van wettelijke rente bij schadevergoedingen aan slachtoffers.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest voor onvoldoende bewijs en verzuim wettelijke rente, verwijst zaak terug naar hof.