ECLI:NL:HR:2013:BZ3230
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing gewijzigde handhavingsregels bij verzekering motorrijtuigen
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor het niet verzekeren van een motorrijtuig volgens artikel 30, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). Het hof legde een geldboete op, maar hield geen rekening met de per 1 juli 2011 in werking getreden wijziging waarbij overtredingen van de WAM ook administratiefrechtelijk kunnen worden afgedaan via de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).
De advocaat-generaal stelde dat de wijziging van het handhavingsregime geen wijziging van strafmaximum of strafbaarstelling inhoudt en dat het strafrechtelijk regime van toepassing blijft. Het hof volgde dit niet en paste de lagere administratieve sanctie toe, wat volgens de Hoge Raad onjuist was.
De Hoge Raad benadrukte dat een verandering in beleidsregels van het Openbaar Ministerie of de invoering van een administratiefrechtelijk handhavingsregime niet gelijkstaat aan een wetswijziging in de zin van artikel 1, tweede lid, Sr. Voor regels van sanctierecht geldt dat wijzigingen die ten gunste van de verdachte zijn, direct moeten worden toegepast, maar dit betreft niet de invoering van een parallel administratiefrechtelijk regime.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing binnen het strafrechtelijke kader. Tevens is vastgesteld dat het recht op een redelijke termijn in de procedure is geschonden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor de strafoplegging en verwijst de zaak terug voor hernieuwde strafrechtelijke berechting.