ECLI:NL:HR:2013:BZ3574
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat appartementsrechten als afzonderlijke goederen gelden bij overdrachtsbelasting
Belanghebbende verkreeg op 16 mei 2007 de eigendom van een winkelruimte met vier appartementsrechten die als woningen werden gebruikt. Voorafgaand aan de verkrijging werden sloopwerkzaamheden uitgevoerd waarbij het dak, gevels, binnenmuren en delen van de fundering en vloer werden verwijderd, waarbij alleen de wooneenheden en de daarvoor benodigde draagconstructie bleven staan. Vervolgens werd een nieuwe, kleinere winkel gerealiseerd.
Belanghebbende betaalde overdrachtsbelasting over de verkrijging maar maakte bezwaar en verzocht om teruggaaf, stellende dat sprake was van een vervaardigd goed en dus vrijstelling van overdrachtsbelasting. De Rechtbank verklaarde het beroep gegrond, het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat bij de beoordeling of sprake is van vervaardiging van een onroerend goed, appartementsrechten als afzonderlijke goederen moeten worden beschouwd. Het Hof had ten onrechte het gehele gebouw als één zaak beoordeeld. Gezien de omvang van de verbouwing van de winkel was er sprake van nieuwbouw en dus van een vervaardigd goed. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, verklaarde het beroep gegrond en verleende teruggaaf van € 31.200 aan belanghebbende.
Daarnaast werden proceskosten en griffierechten toegewezen aan belanghebbende en het Hof. Dit arrest bevestigt het belang van een juiste juridische kwalificatie van appartementsrechten bij de heffing van overdrachtsbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad verleent teruggaaf van overdrachtsbelasting omdat appartementsrechten als afzonderlijke goederen moeten worden beschouwd bij de beoordeling van vervaardiging.