ECLI:NL:HR:2013:BZ4185
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis wegens schending hoor- en wederhoor
Betrokkene verbleef op grond van een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis. De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van deze machtiging op basis van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). De rechtbank verleende de machtiging, waarbij zij haar beslissing mede baseerde op een SEO-test en een psychologisch rapport die niet als bijlage bij het verzoekschrift waren gevoegd en pas tijdens de zitting aan betrokkene werden medegedeeld.
De advocaat van betrokkene gaf aan dat deze stukken te laat waren overgelegd en dat betrokkene niet eerder kennis had kunnen nemen van de resultaten van het psychologisch onderzoek. De Hoge Raad constateerde dat de rechtbank betrokkene en zijn advocaat niet de gelegenheid had gegeven zich uit te laten over deze stukken voordat de beschikking werd gegeven.
Hierdoor is het beginsel van hoor en wederhoor, zoals neergelegd in artikel 19 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, geschonden. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor verdere behandeling en beslissing.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend en de conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot vernietiging en verwijzing. De Hoge Raad gaf hiermee een belangrijke bevestiging van het belang van het procesrechtelijke beginsel van hoor en wederhoor in procedures rondom gedwongen opname en voortgezet verblijf in psychiatrische ziekenhuizen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot machtiging voortgezet verblijf wegens schending van het hoor- en wederhoorprincipe en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.