Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 2klaagt dat de geneeskundige verklaring niet aan de wettelijke eisen voldoet omdat zij is gebaseerd op een in 2015 gestelde diagnose, waarbij een deel van de informatie uit het medische dossier van betrokkene komt. De geneeskundige verklaring van 5 januari 2017 zou geen inzicht verschaffen in de actuele situatie van betrokkene en [de psychiater] zou betrokkene niet hebben onderzocht met het oog op vrijheidsontneming. De rechtbank heeft volgens de klacht art. 5 Wet Pro Bopz en art. 5, lid 1 onder e, EVRM miskend [2] .
in 2015 werd de diagnose dementie van het Alzheimertype gesteld. Het afgelopen jaar zijn de symptomen steeds meer toegenomen”. Hieruit volgt niet dat de psychiater [de psychiater] zich heeft beperkt tot een onderzoek naar de toestand van betrokkene in 2015, zoals het middelonderdeel veronderstelt. Integendeel: onder meer uit de constatering van de psychiater dat het afgelopen jaar de symptomen steeds meer zijn toegenomen, valt op te maken dat [de psychiater] juist de actuele situatie heeft onderzocht. Het stond de psychiater vrij, naast zijn persoonlijk contact met de patiënt voor zijn onderzoek gegevens te putten uit het medisch dossier. Onderdeel 2 faalt.