ECLI:NL:PHR:2013:BZ6365
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Internationale kinderontvoering en teruggeleiding minderjarigen volgens het Haags Kinderontvoeringsverdrag
De zaak betreft een verzoek van ouders om teruggeleiding van hun minderjarige kinderen van Nederland naar Duitsland op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde dat de gewone verblijfplaats van de kinderen ten tijde van hun overbrenging in Nederland lag, zodat er geen sprake was van ongeoorloofde ontvoering.
De ouders gingen in hoger beroep tegen deze beslissing, stellende dat de overbrenging van de kinderen vanuit Duitsland naar Nederland in december 2011 ongeoorloofd was en dat de teruggeleiding naar Duitsland moest worden bevolen. Het hof 's-Gravenhage bekrachtigde echter de beschikking van de rechtbank en verwierp het verzoek tot teruggeleiding.
De ouders stelden vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad, die het beroep verwierp op grond van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Hoge Raad bevestigde dat de kinderen ten tijde van de genomen maatregelen hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd was en de genomen maatregelen rechtmatig waren. Hierdoor is het verzoek tot teruggeleiding op grond van het HKOV niet toewijsbaar.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de ouders wordt verworpen en de eerdere beslissingen dat de Nederlandse rechter bevoegd is en geen ongeoorloofde kinderontvoering heeft plaatsgevonden, worden bevestigd.