ECLI:NL:HR:2013:BZ7393
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Toepassing overgangsrecht bij administratieve fase onteigeningsprocedure onder Crisis- en herstelwet
In deze zaak stond centraal de vraag of het oude of het nieuwe recht van toepassing is op de administratieve fase van een onteigeningsprocedure, in het bijzonder met betrekking tot artikel 5.4 van de Crisis- en herstelwet. Reca-Berg Vastgoed B.V. had tegen de Provincie Limburg beroep in cassatie ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Roermond.
De Hoge Raad verwijst in zijn arrest naar het vonnis van de rechtbank Roermond van 5 december 2012 en de cassatiedagvaarding die bij het arrest zijn gehecht. De Provincie Limburg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De waarnemend Advocaat-Generaal J.C. van Oven heeft eveneens geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarop Reca-Berg schriftelijk heeft gereageerd.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet noodzakelijk is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt verworpen en Reca-Berg wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Reca-Berg wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.