ECLI:NL:HR:2013:BZ9327

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
13/01467
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 lid 1 Wet Bopz
Verwijzingen
5 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis wegens onvoldoende motivering afwijzing contra-expertise

Betrokkene is op grond van een rechterlijke machtiging opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. De officier van justitie verzocht de rechtbank Haarlem om een machtiging tot voortgezet verblijf op grond van artikel 15 lid 1 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). De rechtbank verleende deze machtiging voor twaalf maanden, gebaseerd op een geneeskundige verklaring en het verhoor van betrokkene.

Tijdens de zitting vroeg de advocaat van betrokkene om een contra-expertise door een onafhankelijke arts, omdat betrokkene vrijheidsgelievend is en volgens zijn advocaat helder en redelijk argumenteert. De rechtbank ging echter niet in op dit verzoek en verleende de machtiging zonder verdere motivering van de afwijzing van de contra-expertise.

De Hoge Raad oordeelde dat gelet op de ingrijpende aard van de vrijheidsbeneming een dergelijk verzoek slechts gemotiveerd kan worden afgewezen. Het ontbreken van een motivering maakt de beschikking onvoldoende en daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank Haarlem. De zaak werd verwezen naar de rechtbank Noord-Holland voor verdere behandeling en beslissing.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot machtiging voortgezet verblijf wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het verzoek om contra-expertise en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.

Uitspraak

7 Juni 2013
Eerste Kamer
13/01467
TT/TJ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
OFFICIER VAN JUSTITIE TE HAARLEM,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 198567/FA RK 12-4199 van de rechtbank Haarlem van 20 december 2012.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing naar de rechtbank Noord-Holland.
3. Beoordeling van het middel
3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [Betrokkene] is op grond van een rechterlijke machtiging opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. De officier van justitie heeft de rechtbank op de voet van art. 15 lid 1 Wet Pro Bopz verzocht een machtiging tot voortgezet verblijf te verlenen. Bij het verzoekschrift is een geneeskundige verklaring van de waarnemend geneesheer-directeur overgelegd.
(ii) De rechtbank heeft het verzoek behandeld in aanwezigheid van betrokkene, zijn advocaat, de behandelend arts en een verpleegkundige. Blijkens het proces-verbaal heeft de advocaat onder meer verklaard:
"Cliënt is vrijheidsgelievend. Ik pleit om meneer meer vrijheid te geven. Laat een onafhankelijke arts kijken. Cliënt is erg helder en redelijk in zijn argumentatie. Ik merk niet dat hij gekke denkbeelden heeft. Ik bepleit een nieuwe contra expertise".
3.2 De rechtbank heeft de machtiging tot voortgezet verblijf verleend voor de duur van twaalf maanden. Samengevat heeft de rechtbank daartoe als volgt overwogen. Uit de geneeskundige verklaring en het verhoor van [betrokkene] is gebleken dat hij ook na het einde van de geldigheidsduur van de lopende machtiging zal lijden aan een stoornis van de geestvermogens die gevaar voor zichzelf zal doen veroorzaken dat niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.
3.3 Onderdeel III van het middel klaagt dat de bestreden beschikking onvoldoende is gemotiveerd doordat de rechtbank niet is ingegaan op het verzoek om contra-expertise.
3.4 Zoals hiervoor in 3.1 onder (ii) is weergegeven, is ter zitting namens [betrokkene] gevraagd om een nader onderzoek door een onafhankelijke arts. Gelet op de ingrijpende aard van de beslissing tot vrijheidsbeneming mag een dergelijk verzoek slechts gemotiveerd worden afgewezen (vgl. HR 29 april 2005, LJN AS5978, NJ 2007/153). De rechtbank heeft echter een machtiging tot voortgezet verblijf verleend zonder op het verzoek in te gaan. De klacht is dus gegrond. De bestreden beschikking kan niet in stand blijven. De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Haarlem van 20 december 2012;
verwijst het geding naar de rechtbank Noord-Holland ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 7 juni 2013.