ECLI:NL:HR:2013:CA0398
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- V. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en beoordeling getuigenverhoor benadeelde partij
In deze cassatieprocedure stond de duur van de opgelegde gevangenisstraf centraal, waarbij de verdachte in hoger beroep was vrijgesproken van een van de tenlastegelegde feiten. Het hof had het verzoek van het openbaar ministerie toegewezen om een benadeelde partij, die niet als getuige was opgeroepen maar wel aanwezig was, als getuige te horen. De verdediging verzette zich hiertegen, maar het hof oordeelde dat deze partij als meegebrachte getuige kon worden gehoord en dat het verdedigingscriterium van toepassing was.
De Hoge Raad overwoog dat de algemene opvatting dat een niet als getuige opgeroepen maar aanwezige benadeelde partij niet als getuige kan worden gehoord, geen steun vindt in het recht. Tevens stelde de Hoge Raad dat de beoordeling van verzoeken tot het horen van getuigen moet plaatsvinden met het oog op de belangen van degene die het verzoek heeft gedaan, en dat andere partijen geen rechtens te respecteren belang hebben bij klachten over die beslissing.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 32 naar 30 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de overige onderdelen van het arrest van het hof in stand bleven.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot dertig maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt verder verworpen.