ECLI:NL:PHR:2013:CA0398
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat benadeelde partij als meegebrachte getuige kan worden gehoord
In deze zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld over de vraag of een benadeelde partij die ter terechtzitting in hoger beroep aanwezig is, kan worden aangemerkt als een meegebrachte getuige en aldus gehoord kan worden. Het hof had deze benadeelde partij als meegebrachte getuige beschouwd en het verzoek van het openbaar ministerie om deze als getuige te horen toegewezen. De verdediging stelde dat dit onjuist was en dat het verdedigingscriterium niet van toepassing was.
De Hoge Raad analyseerde de wettelijke bepalingen omtrent het oproepen en horen van getuigen, waaronder de artikelen 260, 287, 288 en 289 van het Wetboek van Strafvordering. De Raad bevestigde dat het openbaar ministerie bevoegd is om een benadeelde partij als getuige ter terechtzitting te doen horen, ook indien deze niet schriftelijk is opgeroepen. Tevens werd benadrukt dat de voorzitter van de rechtbank vaststelt welke personen als getuige ter terechtzitting zijn verschenen, inclusief meegebrachte getuigen.
De Hoge Raad verwierp het middel dat stelde dat een benadeelde partij niet als getuige kon worden gehoord en bevestigde dat het hof het juiste criterium, het verdedigingscriterium, had toegepast bij de beoordeling van het verzoek tot het horen van de benadeelde partij als getuige. Daarnaast werd geoordeeld dat het niet onmiddellijk kenbaar maken van het meenemen van de getuige door het openbaar ministerie geen schending van het recht op een eerlijk proces opleverde.
Verder behandelde de Hoge Raad andere middelen, waaronder de bewijswaardering omtrent het intrekken van een deur en de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Raad vond dat het hof de bewijsmiddelen juist had beoordeeld en achtte de overschrijding van de redelijke termijn terecht erkend, wat tot strafvermindering moest leiden. Het arrest werd vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de straf werd verminderd, terwijl het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat een benadeelde partij als meegebrachte getuige kan worden gehoord en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.