ECLI:NL:HR:2013:CA0799
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- N. Jörg
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest inzake oplichting met valse verblijfsvergunning en verwijst terug
De zaak betreft een verdachte die tussen 9 en 23 juli 2008 met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen, zich voordeed als een ander persoon om de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te bewegen een verblijfsvergunning af te geven. De verdachte gebruikte een vals formulier met de naam van een ander en zijn eigen pasfoto, waardoor de IND de vergunning verstrekte.
Het hof verklaarde de verdachte schuldig aan oplichting en oordeelde dat een verblijfsvergunning een 'goed' is in de zin van artikel 326 Sr Pro, omdat het een beschikking is die rechten en aanspraken belichaamt en dus economische waarde heeft. De verdediging voerde aan dat een verblijfsvergunning geen goed is, maar dit verweer werd door het hof verworpen.
De Hoge Raad bevestigt dat een verblijfsvergunning als goed in de zin van artikel 326 Sr Pro kan worden aangemerkt. Echter, de Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat daadwerkelijk een verblijfsvergunning is afgegeven door de IND op basis van de gebruikte bewijsmiddelen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het betreft de bewezenverklaring en strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad wijst het beroep voor het overige af en benadrukt het belang van een deugdelijke motivering van de bewezenverklaring, met name over de afgifte van de vergunning door het bestuursorgaan. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren op 28 mei 2013.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering bewijs afgifte verblijfsvergunning.