ECLI:NL:HR:2005:AT7587
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens onvoldoende bewijs oplichting in samenlevingsrelatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor meervoudige oplichting van een partner met wie zij een langdurige en intieme relatie had. Het hof achtte bewezen dat verdachte onder meer had voorgewend te willen trouwen en financiële nood te hebben, waardoor de benadeelde partij tot diverse financiële handelingen werd bewogen.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewijsmiddelen onvoldoende steun bieden voor het oordeel dat verdachte valselijk en listig heeft gehandeld. Met name ontbreekt bewijs dat verdachte heeft laten weten dat zij huisvesting en financiële zekerheid nodig had, en de stelling dat zij een huwelijk in het vooruitzicht stelde is onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast wijst de Hoge Raad het beroep af dat art. 14 EVRM Pro en art. 26 IVBPR Pro een bredere toepassing van vervolgingsuitsluiting op andere samenlevingsverbanden dan huwelijk of geregistreerd partnerschap vereisen. De wettelijke regeling biedt een duidelijke en werkbare begrenzing die de rechtszekerheid dient.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende bewijs en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.