Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het eerste middel
5.Beslissing
27 mei 2014.
Hoge Raad
Op 22 mei 2009 vond te Geldrop een poging tot doodslag plaats waarbij het slachtoffer herhaaldelijk met een ploertendoder, mes en koevoet werd aangevallen. De verdachte en haar mededaders sloegen het slachtoffer meerdere malen, waaronder met een koevoet op het hoofd, wat een aanmerkelijke kans op overlijden met zich meebracht.
Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer heeft aanvaard, waarmee sprake is van voorwaardelijk opzet. De verdediging voerde noodweerexces aan, stellende dat het geweld het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging door een eerdere aanranding. Dit verweer werd door het hof verworpen vanwege de disproportionaliteit en het feit dat het geweld ook plaatsvond toen de noodzaak tot verdediging al was beëindigd.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat het voorwaardelijk opzet betreft en dat het beroep op noodweerexces faalt. De motivering van het hof is toereikend en begrijpelijk, waarbij ook eerdere jurisprudentie over noodweerexces wordt herhaald. Het beroep van de verdachte wordt verworpen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling in hoger beroep.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt voorwaardelijk opzet en afwijzing noodweerexces.