17.35 uur:
Ik bevind mij samen met nog een aantal mannen in de portiek. [betrokkene 1] komt als eerste naar buiten, gevolgd door [slachtoffer] die op de grond valt. Ik kom met een sneeuwschep uit de portiek, [betrokkene 3] pakt mij vast én duwt mij richting de straat, althans naar achteren, waarna een aantal personen eveneens in die richting beweegt.
Op enig moment loop ik weer terug; dat deed ik omdat [slachtoffer] nog steeds iets in zijn hand had.
Ik hoor mijn raadsman zeggen dat van achter mij ook een aantal mannen komt teruggelopen.
U ziet dat [betrokkene 9] naar mij toe komt, mij tegenhoudt, mij probeert te kalmeren en dat hij mij weer wegduwt. Dan ben ik even uit beeld en vervolgens is op de camerabeelden te zien dat ik de opslagruimte binnen ga. Op de vraag wat ik daar ga doen, antwoord ik dat daar naar binnen ging om mijzelf te beschermen. Ik ging naar de opslagruimte uit angst. Ik weet het niet precies. Als mij wordt gevraagd of ik wist dat in die ruimte een pistool lag, antwoord ik dat ik dat wist maar dat ik niet naar binnen ben gegaan om daarna iemand bewust te doden. Het was een reactie uit bescherming van mijzelf.
Mij wordt gevraagd waarom ik niet naar de achterkant van de coffeeshop ben gelopen. Die mannen stonden daar toch? Dat is bij de rechtbank in Maastricht verkeerd geïnterpreteerd. Er werd gezegd dat iedereen rustig was op de parkeerplaats. Dat was niet zo. Ze zeiden: “Pak hem”, “Ik sla je dood" en “Houd hem vast".
U, voorzitter, zegt mij dat het mogelijk was om langs de Peugeot naar de achterkant van de coffeeshop te lopen. De deur daar was toch dicht?
U, voorzitter, zegt mij dat ik toch eerder ook via de achterkant de coffeeshop was binnengegaan. Ik werd aangevallen en werd geslagen met een ploertendoder. Ik was gewond aan mijn neus en mijn hand. Wat verwacht u van mij, dat ik dan nog normaal gedrag kan vertonen?
U, voorzitter, zegt mij nogmaals dat op de beelden is te zien dat er een gelegenheid was om een andere kant op te lopen, maar dat ik de opslagruimte binnen ben gegaan. Op de beelden ziet het eruit alsof alles rustig verliep. Het is jammer dat de camera’s geen microfoon hebben, want in dat geval had u kunnen horen wat er tegen mij werd gezegd en dan zou u begrijpen wat ik u probeer te vertellen.
Mij wordt gezegd dat ik niet werd vastgehouden, zodat ik in die zin fysiek in staat was om te doen wat ik zelf wilde. Waarom zijn die mannen niet weggelopen? Ik werd nog steeds aangevallen. Ik ging de portiek in en werd daar aangevallen. Hebt u de foto’s van mijn letsel gezien, van wat ze mij hebben aangedaan? Dan verwacht u van mij dat ik als een normaal mens verstandig reageer?
U, voorzitter, zegt mij dat het opvalt dat, hoewel er verschillende deuren in de portiek zijn die naar verschillende ruimtes leiden, ik ervoor heb gekozen om niet de portiek maar de opslagruimte in te gaan waarvan ik wist dat daar een vuurwapen lag. Ik wilde mijzelf beschermen om te voorkomen dat ik niet doodgeslagen werd of in een auto werd gestopt. Dat is gewoon uit angst. Zij waren bewapend. En al hadden ze geen wapens, dan zijn die mannen gelet op hun postuur, het zijn vechtsporters, op zich al een wapen. Politiemensen gaan daar anders mee om dan normale mensen.
Ik ben de opslagruimte in gegaan omdat ik het vuurwapen wilde pakken. Als mij wordt gevraagd of het hof het zo moet begrijpen dat ik dat vuurwapen ging halen om mijzelf te beschermen, antwoord ik dat dat juist is. Ik zou nooit iemand doodschieten. Mensen die mij kennen weten dat ook.
U, voorzitter, vraagt mij of ik mij op het standpunt stel dat niemand onder normale omstandigheden een wapen zou pakken, maar dat ik mij in een situatie bevond waarin ik gewond was, werd aangevallen, verbaal werd bedreigd en waarin ik mannen tegenover me had met slagwapens, zodat ik om mijzelf te beschermen mijn toevlucht heb gezocht in de opslagruimte om het vuurwapen te halen, waarvan ik wist dat het er lag. Ja. Ik heb niet geschoten op mensen, maar in de lucht geschoten. Als mij wordt gevraagd of ik in de lucht schoot om de groep personen bang te maken, antwoord ik dat ik tegen hen heb gezegd dat ze van mij af moesten blijven en dat ze weg moesten gaan. Als ik in een situatie zou zitten waarin iemand in de lucht schiet, dan zou ik mijzelf verstoppen. Zij deden dat niet toen ik in de lucht schoot. Op de beelden is te zien dat de mannen achter mij aan gaan. Het wapen dwong dus geen respect af.
Mij wordt gevraagd of het zo was dat ik eenmaal in de lucht heb geschoten in de hoop dat de mannen weg zouden gaan, maar toen zij dat niet deden en juist op mij af kwamen, ik nogmaals heb geschoten. Nee, dat klopt niet. Ik heb altijd gezegd dat het stomme pistool is afgegaan. Er wordt gezegd dat ik, als steunend op de auto, gericht op [slachtoffer] heb geschoten. Op de beelden kunt u zien dat ik niet heb geschoten vanaf de plek van waar de officier van justitie van uit is gegaan. U ziet op de beelden dat ik niet gericht heb geschoten.
Ik hoor mijn raadsman zeggen dat ik, op het moment dat het wapen af gaat, niet eens kijk in de richting van [slachtoffer], maar juist naar een andere kant.
U, voorzitter, zegt mij dat ik wel zelf de trekker heb overgehaald.
Ik hoor mijn raadsman zeggen dat dat zo is, maar dat het niet op de wijze is gebeurd zoals de officier van justitie dat heeft gezegd in het requisitoir, alsof het een gericht schot is geweest.