Conclusie
Nummer24/00091
Inleiding
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht" veroordeeld tot tien dagen gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest.
Het eerste middel
De bewezenverklaring en bewijsvoering
op 19 juli 2021 te [geboorteplaats] [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [aangever] dreigend de woorden toe te voegen ‘ik schiet je kapot’ en/of ‘ik schiet je dood’, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.”
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 19 juli 2021 (p. 3-4 van het politiedossier), voor zover inhoudende als verklaring van de aangever van [aangever] :
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde feit, omdat op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen het ten laste gelegde feit niet overtuigend kan worden bewezen. Daartoe is aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat geen geloof moet worden gehecht aan de verklaringen van de [aangever] en de [getuige 1] , maar wel de aan de verklaring van de verdachte, welke verklaring daar lijnrecht tegenover staat.
Het getuigenverzoek en de afwijzing ervan
Op uitdrukkelijk verzoek van cliënt verzoek ik u hierbij als getuige op te roepen voor het onderzoek ter terechtzitting op 22 december a.s. [getuige 3] . Meer gegevens van de getuige heb ik (helaas) niet. Volgens cliënt zou deze persoon kunnen verklaren over wat aangever ( [aangever] ) tegen haar heeft verteld. Volgens cliënt zou [aangever] tegen [getuige 3] hebben gezegd dat hij een valse aangifte heeft gedaan. Cliënt acht dit van belang voor een beoordeling van de zaak door de rechter en wenst [getuige 3] aldus te doen oproepen.”
In reactie op uw verzoek om de [getuige 3] op te roepen, reageer ik als volgt. Ik heb geen gevolg gegeven aan uw verzoek tot het oproepen van deze getuige, nu ik onvoldoende gegevens heb van de betreffende getuige en ik het verzoek vooralsnog ook onvoldoende onderbouwd acht.”
De raadsvrouw zegt tegen de verdachte dat de advocaat-generaal de getuige niet kon oproepen omdat er geen adres voorhanden was.
De klachten van het middel
om de benodigde gegevens van de verzochte getuige te verkrijgen, waardoor het onmogelijk is om de getuige succesvol op te roepen en het niet aannemelijk geworden is dat hierin binnen een aanvaardbare termijn verandering zal komen”, terwijl het hof niets heeft vastgesteld over enige inspanning van politie of justitie tot het achterhalen van de adresgegevens van de getuige;
De bespreking van het middel
wie de getuige is” en “
waar deze te bereiken is” ligt als ‘s hofs oordeel besloten dat de verdachte niet van zijn kant – tijdig en voor zover binnen zijn mogelijkheden – het nodige heeft gedaan om de getuige te identificeren en voor de justitiële autoriteiten vindbaar te maken. Dat oordeel is van feitelijke aard. Het wordt in cassatie niet bestreden. Aangezien de getuige een bekende van de verdachte is, acht ik het oordeel overigens ook niet onbegrijpelijk.
Het tweede middel
uitdrukkelijk voorgedragen verweer dat sprake is van noodweer”.
De processuele gang van zaken
De raadsvrouw voert het woord tot verdediging als volgt.
klaarblijkelijk” heeft doen steunen op verklaringen die de verdachte ter terechtzitting van het hof heeft afgelegd. Ik citeer iets uitgebreider uit deze verklaringen zoals die zijn weergegeven in het al genoemde proces-verbaal en onderstreep daarbij de delen waarop de stellers van het middel zich beroepen:
De verdachte, die hoger beroep heeft ingesteld, wordt onmiddellijk na de voordracht van de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis op te geven.
De bespreking van het middel
met een woordelijke bedreiging” waarvan de inhoud niet wordt vermeld, slechts had kunnen verwerpen.