ECLI:NL:HR:2014:22

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 januari 2014
Publicatiedatum
7 januari 2014
Zaaknummer
12/02707
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 81 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende strafmotivering in drugszaken

De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld voor meerdere feiten van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en wederspannigheid met lichamelijk letsel. Het hof legde een gevangenisstraf van twee weken, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 70 uur op.

De Hoge Raad oordeelde dat de strafoplegging onvoldoende was gemotiveerd, omdat het hof zich baseerde op een uittreksel Justitiële Documentatie dat niet de stelling ondersteunde dat verdachte al eerder onherroepelijk was veroordeeld. Hierdoor was de strafmotivering ontoereikend.

Het beroep in cassatie werd daarom gegrond verklaard voor zover het de strafoplegging betrof. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend op dat punt en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing over de straf. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontoereikende strafmotivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van de straf.

Uitspraak

7 januari 2014
Strafkamer
nr. 12/02707
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 april 2012, nummer 22/005270-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. W. Anker, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal J. Wortel heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend ten aanzien van de opgelegde straf, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het tweede middel

3.1.
Het middel klaagt over de strafmotivering.
3.2.
De verdachte is ter zake van (parketnummer 10/692192-10 onder 1) "opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd", (parketnummer 10/692192-10 onder 2 en parketnummer 10/702201-10) "opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd" en (parketnummer 10/692192-10 onder 3) "wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben", veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 weken, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een werkstraf voor de duur van 70 uren, subsidiair 35 dagen hechtenis. De strafoplegging is onder meer als volgt gemotiveerd:
"Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 maart 2012, waaruit blijkt dat de verdachte al eens onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen."
3.3.
De vaststelling dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 21 maart 2012, "al eens onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit", is niet zonder meer begrijpelijk aangezien voormeld uittreksel daarvoor geen steun biedt. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.
3.4.
Het middel is terecht voorgesteld.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 januari 2014.