Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
11 november 2014.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam bij verstek veroordeeld voor het voorhanden hebben van een gestolen personenauto, merk Toyota Corolla, in de periode van 3 november 2010 tot en met 14 januari 2011 te Bussum. De bewezenverklaring hield in dat de verdachte wist dat het voertuig door diefstal of een ander misdrijf was verkregen.
In cassatie klaagde de verdachte over de motivering van deze bewezenverklaring, met name over het ontbreken van voldoende bewijs dat hij opzet had omtrent het gestolen karakter van de auto. De Advocaat-Generaal concludeerde aanvankelijk tot niet-ontvankelijkheid, maar na reactie van de raadsman tot gedeeltelijke vernietiging en terugwijzing.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte wist dat de auto door diefstal of een misdrijf was verkregen. Hierdoor ontbrak een deugdelijke motivering van de bewezenverklaring en de daarop gebaseerde strafoplegging.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof Amsterdam uitsluitend voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.