Conclusie
Inleiding
II. Bewezenverklaringen en bewijsvoering
het pakken van [betrokkene 5] , een jonge gast met blauwe ogen’.
hij ze moest zeggen dat hij ze heeft gemaild, en met het verzoek mij onder een andere naam op te slaan.
die van [plaats]. [betrokkene 15] :
21 precies bro bij mc. Daarop liet [betrokkene 1] aan [betrokkene 2] (die in [plaats] woonde) weten:
afspraak is precies om 9 uur bij macdonald [plaats] . Neem kanu mee doorgeladen. [betrokkene 2] :
ok maar voor die tijd moet ik jou eerst spreken toch. Op 27 mei 2016 maakte [bijnaam 5] (een persoon die voorkomt in onderzoek Zwaluw) een afspraak met [betrokkene 1] voor een ontmoeting bij de Praxis om 15:00 uur in de omgeving van het Westerpark. Deze [bijnaam 5] berichtte op 28 mei 2016 aan [bijnaam 6] (een persoon die voorkomt in onderzoek Zwaluw):
die gast die gedaan moet worden is een getinte man. Zuid Amerikaans ofzo maar niet zeker. Naam [betrokkene 5] of [betrokkene 5] . Hij gaat die nog exact krijgen. Hij woont bij confectiecentrum daar ergens en zet zn wag altijd daar in de parkeergarage. Hij gaat veel uit en heeft een dikke zwarte polo gti. Hij moet zsm loesoe. [bijnaam 7](bijnaam [betrokkene 1] )
heeft gevraagd om een foto dat er geen misverstanden gebeuren. En een motor ofwag geen bmw.
Ben ik weer je kan me hier op bereiken ok. Die je loon geeft elke maand. En kwa info je hebt de ok van ons.
is goed je hebt alle info. Niks meer via tel ok en 1 deze dagen krijg je loon. [betrokkene 1] :
is goed. Gooi alleen voor [bijnaam 1] 635eu erbij. Ze hebben nu die bon van ziekenauto gestuurd. En om te huren motor of auto.[betrokkene 14] :
blijft ie maar rekeningen krijgen?[betrokkene 1] :
dit zal de laatste moeten zijn. [betrokkene 14] :
je bent nu alleen op pica aan het wachten wanneer zou die brengen. [betrokkene 1] :
want iedereen kan die auto rijden dus foto is wel nodig. Ik wacht tot ik een auto heb want kan daar gewoon gaan kijken als ik een waggie zie.
wou wel ff praten met jouw en [bijnaam 1] kijken hoe of wt, waarop [betrokkene 2] antwoordde met:
ok.
die foto niet ging lukken maar dat die info 1000% was. [betrokkene 1] :
ok jammer was wel lekkerder geweest. En hoe zit het met vervoer? Stuur met loon meteen dan 1500 mee onkosten huren en borg. Kijk ook voor motorscooter.
doe je dingen wat je moet doen voorbereidingen enzo.
ik wil een motorscooter huren en een auto. Om te kunnen bewegen. En een genakte motorscooter, zodar die dingen er zijn gaan we bewegen.[betrokkene 14] wilde weten hoeveel dat ging kosten. [betrokkene 1] :
weet niet. Auto is simpel motor daar de borg van is altijd anders. Stuur voorzekerheid 2k. maar een goeie motorscooter [bijnaam 4] is niet de kleinste. [betrokkene 1] zei dat hij een andere telefoon wilde. Hij ging deze weggooien en wilde geen Blackberry meer.
tel kan je beter na deze klus halen. [betrokkene 1] :
ok doe ik dan hierna. Ik ga morgen de buurt om te vragen. [betrokkene 14] :
dan kijk ik maar die gasten zijn heet je hebt gezien met [bijnaam 1] . Wat moest [bijnaam 1] betalen en wat moest voor die stashplek en 1500 voor huurwaggie?
wat en hoeveel moest je ook alweer hebben voor ziekenwagen enzo?[medeverdachte 1] :
ambu was 485 en die ander is 230,waarna [betrokkene 1] aan [betrokkene 14] liet weten:
[bijnaam 1] 485 en 230, stash 750, huur 2000. Was 6 plus dit is wt hij net doorgeeft.[betrokkene 14] :
10500 krijg je.
hij moet zsm loesoe) op [betrokkene 5] , die bij het confectiecentrum woonde, waar hij zijn auto in de parkeergarage parkeerde; dat [betrokkene 1] graag een foto van het beoogde slachtoffer wilde om een vergissing te voorkomen (
want iedereen kan die auto rijden dus foto is wel nodig); maar dat een foto uiteindelijk niet aan hem is verstrekt; dat [betrokkene 1] voorbereidingen moest treffen en voor de klus onder meer een motorscooter voor [betrokkene 2] ( [bijnaam 4] ) nodig had en dat hij het plan met [betrokkene 2] en [medeverdachte 1] ( [bijnaam 1] ) wilde bespreken.
Eens anders geflitst wordenen op de achterruit was een grote letter M aangebracht. Tussen 14 en 15 juni 2016 zijn in Rotterdam kentekenplaten [kenteken 1] gestolen van een Volkswagen Caddy.
de PP1) met diens mededeling dat hij deze moest aanzetten en dat hij daarop
gecontactzou worden; de prepaid is onderweg geactiveerd. [verdachte] heeft de telefoon aangezet. [verdachte] heeft toen van [medeverdachte 2] ook de autosleutels van de Caddy gekregen.
opmerking hof: de latere schutters in de parkeergarage), onder wie de medeverdachte [betrokkene 2] . [verdachte] heeft op aanwijzingen van [betrokkene 2] de twee mannen in de Caddy vervoerd van [plaats] tot in de parkeergarage het [pand] , waar [verdachte] een kaartje trok en naar beneden is gereden. [betrokkene 2] legde [verdachte] uit welke route hij vanuit de parkeergarage moest lopen om bij de gereedstaande Seat te komen. [betrokkene 2] zei dat hij in de Seat moest gaan zitten en op een seintje moest wachten. [verdachte] had de autosleutels van de Seat toen al. [verdachte] heeft de Caddy met de twee inzittenden in de parkeergarage achtergelaten.
ik begrijp 15:17:36, A-G) tot 18:09:26 uur. Op de laatstgenoemde tijdstippen straalden de drie telefoons steeds dezelfde zendmast in [plaats] aan.
cursief gedrukt) weergegeven, om deze te kunnen bezien in onderling verband en samenhang met de camerabeelden. Tussen 15:15 en 15:21 uur hebben de gebruikers van de PP2 en de gebruiker van de PP3 onderling contact gehad. De inhoud hiervan is niet bekend geworden omdat deze telefoons niet zijn aangetroffen. Tenslotte worden in deze tijdlijn eveneens de verkregen gegevens met betrekking tot de reisbewegingen van de Bora (bestuurd door [medeverdachte 2] ) en de Vito (bestuurd door [betrokkene 1] ) vermeld (
in vetgedrukte cursieve letters).
De telefoon van [betrokkene 2] wordt uitgeschakeld.
in cursief)).
stillsvan camerabeelden bij [B] is een man te zien, gekleed in een rode trui, zwarte pet en een lange zwarte jas.
de telefoon van [betrokkene 2] bewoog mee.
de telefoon van [medeverdachte 2] .
telefoon [betrokkene 2])
telefoon [betrokkene 1] )van [plaats] naar afslag S106 (Cornelis Lelylaan) 21:37 uur van Cornelis Lelylaan naar Oostoever
telefoon [betrokkene 2] bewoog eerder die dag mee met V-klasse)
telefoon [betrokkene 2] bewoog mee) van [plaats] via [plaats] naar Nassaukade (Amsterdam)
telefoon [medeverdachte 2] )
telefoon [verdachte] op het Wi-Fi netwerk van [betrokkene 3]
google mapsduurt deze rit met een auto normaal gesproken 8 minuten. Daarna is de V-klasse via [plaats] teruggekeerd in [plaats] .
bezigheden die te maken hadden met de handel in soft drugs.
koudzetten van de Seat.
koudzetten van de Seat op de PD2 en met de schutter [betrokkene 2] , wiens instructies hij heeft opgevolgd; het achterlaten van de Caddy met de schutters in de parkeergarage en de ontmoetingen met de medeverdachten in de periode kort vóór 8 oktober 2016.
sense of awarness/urgency, onder meer vanwege het dragen van een opvallend rode trui op 8 oktober 2016, is mogelijk en zegt wellicht iets over de persoon van de verdachte, maar niet over zijn betrokkenheid bij de onderhavige feiten.
Het zesde namens de verdachte voorgestelde middel en de bespreking daarvan
sense of awareness/urgencyzou ontbreken, onder meer vanwege het dragen van een opvallend rode trui op 8 oktober 2016, zegt volgens het hof niets over de betrokkenheid bij de onderhavige zaken. De slotsom van het hof luidt in dit verband dat de verdachte moet hebben geweten dat hij meedeed aan het plegen van één of meer levensdelicten.
uitlokkingvan medeplegen van een dubbele moord, te weten op A en B, in het drugsmilieu van Bonaire. Het opzet van de verdachte was erop gericht dat A, een vijand van de verdachte, zou worden vermoord. Een van de uitvoerders van deze moorden was door de verdachte te verstaan gegeven dat hij het zelf zou bekopen met de dood als hij deze klus niet wilde klaren. Bij de daartoe door de uitvoerders van de moord geplande ontmoeting met A was ook B aanwezig. Het Gemeenschappelijk Hof had vastgesteld dat de verdachte dit wist. Daarom had het Gemeenschappelijk Hof volgens de Hoge Raad niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de kans aanmerkelijk was te achten dat de uitvoerders B niet als getuige wilden van hun moord op A en dat zij daarom ook B zouden vermoorden (daartoe aangezet door de bedreigingen van verdachte), welke kans door de verdachte is aanvaard.
NJ2017/301, m.nt. Rozemond. De verdachte is in die zaak onder meer veroordeeld voor het medeplegen van moord en poging tot moord. In de lezing van de verdachte zou het de bedoeling zijn geweest een man op te halen, mee te nemen, een hardhandig lesje te leren en vervolgens weer vrij te laten. De verdachte, die was benaderd een busje te regelen, reed samen met zijn mededaders in de bus naar de woonwagen van het beoogde slachtoffer. In de bus bevonden zich ten minste acht vuurwapens, bivakmutsen, handschoenen, gehoorbeschermingsdoppen en schietvesten. Ook was gebleken dat de groep beschikte over mobiele telefoons die pas enkele uren voor het schietincident in gebruik waren genomen en kort na het incident werden uitgeschakeld. De groep, onder wie de verdachte, stelde zich voor de woonwagen op. Wapens werden gereed gehouden. Iemand uit de groep probeerde de deur van de woonwagen te openen, klopte op de deur en schopte daar krachtig tegenaan. Tevergeefs. Direct daarop schoten verschillende leden van de groep op lichaamshoogte en van korte afstand op de verlichte ramen en de deur van de woonwagen, hetgeen resulteerde in 27 inslagen. Het slachtoffer werd door een van de kogels geraakt en overleed ten gevolge daarvan. Een andere persoon raakte gewond. De Hoge Raad oordeelde dat het hof uit deze feiten en omstandigheden heeft kunnen afleiden dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de dood van beide slachtoffers (een is bij een poging gebleven) en dat hij aan de bewezenverklaarde (poging) tot moord een zodanige intellectuele en materiële bijdrage van voldoende gewicht had geleverd dat van bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten kan worden gesproken. [7]
.Onder dit weten is mede begrepen de bewuste aanvaarding van de aanmerkelijke kans dat het goed door misdrijf is verkregen. [8] In een eerdere conclusie merkte ik op dat uit (onder andere) HR 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:711,
NJ2019/175, m.nt. Wolswijk valt af te leiden dat de aan het bewijs van deze wetenschap te stellen eisen niet te zwaar worden aangezet. [9]
NJ2019/310, m.nt. Rozemond stelt de Hoge Raad (in rov. 2.5.3) voorop dat uit de wetsgeschiedenis van art. 416, eerste lid, Sr volgt dat de wetgever met het opnemen van het bestanddeel “ten tijde van” onder meer het verwerven of voorhanden krijgen van het goed heeft willen bewerkstelligen dat in het geval dat iemand eerst na het verwerven of voorhanden krijgen wetenschap heeft verkregen van de herkomst uit misdrijf, hij niet strafbaar is ter zake van opzetheling
.Bij de bewijsvoering ter zake van wetenschap van de herkomst uit misdrijf “ten tijde van” onder meer het voorhanden krijgen van een goed mag, aldus nog altijd de Hoge Raad in voormeld arrest uit 2019 (rov. 2.5.4), de rechter betrekken dat aanwijzingen ontbreken dat de wetenschap van de herkomst uit misdrijf eerst is ontstaan na het voorhanden krijgen van het goed. [12]
4.4 Opzetheling feit 3” overwogen dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte wist dat ter uitvoering van het plan om de moordaanslag te plegen daartoe geschikte, van diefstal afkomstige en dus niet eenvoudig naar de verdachten te herleiden auto’s moesten worden gebruikt en dat derhalve bij de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van die voertuigen – de bedoelde Volkswagen Caddy (hierna: de Caddy) en Seat Leon (hierna: de Seat) – op 15 respectievelijk 29 juni 2016 wetenschap moet hebben bestaan dat deze voertuigen van misdrijf afkomstig waren. Daarbij acht het hof in het bijzonder van belang de significante rol die de verdachte op cruciale momenten bij de moordaanslag heeft vervuld.
64.Een proces-verbaal van bevindingen betreffende opgevraagde gegevens van telefoon en kentekens versie 6 juni 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar T-450 (onderzoek Mortel, rubriek 5 algemene bevindingen map 1, doorgenummerde pagina’s 0354-0365, 0370-0371, 0373-0377, 0379-0380, 0382-0383, 0391 - 0402).
verbalisant:
[kenteken 10], gestolen.
[kenteken 10], behorende bij de gestolen Volkswagen Caddy (verder [kenteken 10] te noemen) geregistreerd door een ARS camera op de locatie N206 te Leiden. Dit betreft de route vanaf de locatie van diefstal naar de A4.
verdachte [betrokkene 3]:
je hoeft alleen met [verdachte] en met [medeverdachte 2] naar Rotterdam te rijden. Toen heeft [medeverdachte 2] me opgehaald in de Bora en we zijn [verdachte] gereden, [plaats] . Daar hebben we [verdachte] op gehaald en we zijn doorgereden naar Rotterdam.
Amsterdam) Noord moesten rijden, naar McDonalds. Daar hebben we gewacht op [verdachte] . [verdachte] reed toen in een zilveren combo. Ik weet het merk niet precies maar dat zal mogelijk de Caddy zijn geweest. [verdachte] wist de weg niet naar [plaats] , dat zei [medeverdachte 2] tegen me. Toen [verdachte] aankwam zijn we meteen de snelweg opgegaan, we hebben niet met elkaar gesproken. [verdachte] reed toen achter ons aan, in die zilveren combo.
verdachte [medeverdachte 2]:
VIII. Het vijfde namens de verdachte voorgestelde middel en de bespreking daarvan
Het eerste namens de benadeelde partijen voorgestelde middel en de bespreking daarvan
NJ2019/379, m.nt. Vellinga heeft de Hoge Raad het volgende met betrekking tot de zogenoemde ‘shockschade’ overwogen (hier met weglating van de voetnoten):
Als sprake is van geestelijk letsel als hier bedoeld, komt zowel de materiële als de immateriële schade die daarvan het gevolg is voor vergoeding in aanmerking.
geconfronteerd met de directe gevolgen van het misdrijf. Cliënten zijn immers tijdens de identificatie en het verzorgen van het lichaam van [slachtoffer] geconfronteerd met de met verband afgeplakte schotwonden op het lichaam van [slachtoffer] . Ook al waren de wonden afgeplakt het letsel voor cliënten was duidelijk zichtbaar. Hetzelfde geldt voor de gevolgen van de sectie. Cliënten stellen dat het moeten identificeren van het lichaam met al het letsel een ernstige shock teweeg heeft gebracht.
in het algemeenslechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld."
advocaat-generaalheeft gevorderd de vorderingen van [benadeelde 2] en [benadeelde 1] op dit punt niet-ontvankelijk te verklaren […]
Het hof wil de mogelijkheid van een gang naar de civiele rechter niet afsluiten voor de benadeelde partijen en zal hen daarom in deze vorderingen strekkende tot vergoeding van shockschade niet-ontvankelijk verklaren.”
nadienmet de gevolgen van dit handelen werd geconfronteerd (cursivering van mij, A-G). Bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre zij onverhoeds was. Voorts overweegt de Hoge Raad dat bij het aan dit gezichtspunt toe te kennen gewicht kan meewegen of het secundaire slachtoffer beroepsmatig of anderszins bedacht moest zijn op een dergelijke schokkende gebeurtenis.
Het tweede namens de benadeelde partijen voorgestelde middel en de bespreking daarvan
NJ2019/379, m.nt. Vellinga heeft de Hoge Raad ten aanzien van de vergoeding van immateriële schade op grond van art. 6:106 onderdeel Pro b BW het volgende in rov. 2.4.5 overwogen. [23] Ik parafraseer. Van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van de in art. 6:106, aanhef en onder b, BW bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.