Conclusie
eerste middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring.
tweede middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 4.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte opzettelijk een gestolen auto voorhanden had en zich schuldig maakte aan woninginbraken. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte een Renault Twingo voorhanden had, wetende dat deze gestolen was, en dat hij samen met een ander woninginbraken pleegde waarbij sieraden, een basgitaar en andere goederen werden weggenomen.
De Hoge Raad overwoog dat uit het enkele voorhanden hebben van een gestolen goed niet automatisch volgt dat verdachte wetenschap had van de criminele herkomst. In dit geval was er echter meer: verdachte reed in de gestolen auto, gaf een valse naam op en reed weg toen de politie werd gebeld, zonder een aannemelijke verklaring te geven. Dit gedrag leidde het hof tot de conclusie dat verdachte wist dat de auto gestolen was.
Daarnaast werden bij de woninginbraken gestolen goederen teruggevonden in de woningen van verdachte en zijn medeverdachte, en was de auto die zij gebruikten op de dag van de inbraken in de buurt gesignaleerd. Het hof achtte dit voldoende bewijs voor betrokkenheid bij de inbraken. De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen die de motivering en bewijsvoering betwistten en oordeelde dat de redelijke termijn was overschreden, wat tot strafvermindering kan leiden. De rest van het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring opzetheling en woninginbraken, vermindert straf wegens termijnoverschrijding.