Belanghebbende produceert en levert growkits met paddenstoelenbroed (mycelium van psilocybe paddenstoelen), die onder het verlaagde tarief van de omzetbelasting vallen volgens het Hof Arnhem-Leeuwarden. De Staatssecretaris van Financiën stelde dat het algemene tarief van toepassing was en stelde een naheffingsaanslag op.
Het Hof oordeelde dat het broed moet worden aangemerkt als pootgoed voor de teelt van groenten in de zin van post a.3 van tabel I bij de Wet OB 1968, en dat de levering van de growkits één prestatie vormt waarbij het broed de hoofdprestatie is. Daarom is het verlaagde tarief van toepassing.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de memorie van toelichting bij de Wet OB een ruime uitleg geeft aan het begrip pootgoed, waaronder ook paddenstoelenbroed valt. Het feit dat paddo’s als genotmiddel worden gebruikt, doet hieraan niet af.
Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.