Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.Feiten en procesverloop
3.Geding voor de Rechtbank en Het Hof
4.Het geding in cassatie
5.Verlaagd tarief voor pootgoed en eetwaren: de Wet en Tabel I
Genotmiddelen zoals pruimtabak en opiaten daarentegen niet.”
6.Het verlaagde tarief voor levensmiddelen en zaaigoed: de Zesde richtlijn
zodat deze bepaling moet worden uitgelegd in het licht van haar context in de Zesde richtlijn(…).
Volgens vaste rechtspraak moeten bepalingen die een afwijking vormen op een beginsel, strikt worden uitgelegd(…).
volgens de gebruikelijke betekenis van de gebruikte bewoordingen moet worden uitgelegd.
blijkt dat deze bepaling aldus dient te worden uitgelegd dat een selectieve toepassing van het verlaagde tarief niet kan worden uitgesloten, mits dit geen gevaar voor verstoring van de mededinging oplevert.
in overeenstemming met het beginsel dat uitzonderingen of afwijkingen strikt moeten worden uitgelegd.”
Dit beginsel verzet zich met name ertegen, dat soortgelijke goederen of diensten, die dus met elkaar concurreren, uit het oogpunt van de BTW ongelijk worden behandeld,zodat die goederen of diensten aan een uniform tarief moeten worden onderworpen (…).”
geen identieke of althans gelijksoortige dienstenin de zin van de in punt 20 van dit arrest genoemde rechtspraak zijn. [25]
in de gebruikelijke betekenis van deze termzowel solisten als muziekensembles. Het aantal personen dat op het podium aanwezig is, kan in dit verband geen rol spelen. Het argument dat de inhoud en de structuur van de gespeelde muziek moet worden bepaald aan de hand van het aantal personen, is op fiscaal gebied evenmin relevant (…)”
Geneesmiddelen die voor vergoeding in aanmerking komen en geneesmiddelen die daarvoor niet in aanmerking komen, zijn immers geen soortgelijke producten die met elkaar concurreren.
goederen minder duur willen maken en dus toegankelijker voor de eindconsument, die de btw uiteindelijk draagt(…). Om deze doelstelling ten volle te verwezenlijken heeft de wetgever van de Unie logischerwijze de toepassing van dit verlaagde btw-tarief uitgebreid tot bestanddelen die weliswaar zelf geen levensmiddelen zijn, maar gewoonlijk bestemd zijn voor gebruik bij de bereiding van levensmiddelen.
7.Paddo’s, broed en het verlaagde tarief
8.Vertrouwen
9.Hoofdprestatie met franje of prestatie sui generis?
zo nauw met elkaar verbonden zijn dat zij objectief gezien één, niet te splitsen economische prestatie vormen, waarvan het kunstmatig zou zijn die uit elkaar te halen(…).
Tevensis er sprake van één enkele handeling wanneer een of meer aspecten moeten worden geacht de hoofddienst te vormen, terwijl andere aspecten moeten worden beschouwd als een of meer bijkomende diensten die het fiscale lot van de hoofddienst delen.
Een prestatie moet in het bijzonder als bijkomend bij een hoofdprestatie worden beschouwd, wanneer zij voor de klant geen doel op zich is, maar een middel om de hoofddienst van de dienstverrichter zo aantrekkelijk mogelijk te maken(…).”