ECLI:NL:HR:2014:4

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 januari 2014
Publicatiedatum
6 januari 2014
Zaaknummer
13/00266
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 lid 2 Wet BRVArt. 11 lid 2 Wet BRVArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkrijging economische gerechtigdheid tot grond is belastbaar feit voor overdrachtsbelasting

Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd wegens de verkrijging van de economische eigendom van een onroerende zaak. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en boete. De Rechtbank te Haarlem vernietigde de boetebeschikking, maar verklaarde de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het Hof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot ongegrondverklaring van het beroep. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat de middelen niet leiden tot cassatie, mede omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad bevestigde dat de verkrijging van de economische gerechtigdheid tot grond een belastbaar feit is voor de overdrachtsbelasting en dat de maatstaf van heffing niet verminderd wordt met de waarde van het door de verkoper voorbehouden recht van erfpacht. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bevestigd.

Uitspraak

10 januari 2014
nr. 13/00266
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 29 november 2012, nr. 11/00353, betreffende een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.

1.Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is ter zake van de verkrijging van de economische eigendom van een onroerende zaak een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting opgelegd, alsmede een boete. De naheffingsaanslag en de boete zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.
De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 10/2849) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar uitsluitend wat betreft de beslissing op het bezwaar tegen de boetebeschikking vernietigd en de boetebeschikking vernietigd.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 20 augustus 2013 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. de onderdelen 4.7 tot en met 4.15 en 5.3 tot en met 5.6 van de conclusie van de Advocaat-Generaal).

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, P.M.F. van Loon, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2014.