Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
14 januari 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk uitlokken van poging tot afpersing gepleegd op 26 juni 2010 en kreeg een gevangenisstraf van twee jaren opgelegd. Het hof motiveerde de straf onder meer met de constatering dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk was veroordeeld voor strafbare feiten, wat hem er kennelijk niet van weerhield het onderhavige feit te plegen.
De Hoge Raad oordeelde dat deze motivering niet begrijpelijk was, omdat het gebruikte uittreksel Justitiële Documentatie geen steun bood voor die conclusie. Hierdoor was de strafoplegging ontoereikend gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde berechting en afdoening van de strafoplegging. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest vernietigd wegens ontoereikende strafmotivering en zaak terugverwezen voor hernieuwde strafoplegging.