Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van
Gerechtshof Den Haagvan 15 maart 2013, nr. BK‑12/00027, betreffende een naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.
Hoge Raad
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boete opgelegd wegens het niet betalen van belasting over de periode dat het kentekenbewijs van zijn auto was geschorst. Tegelijkertijd werd zijn vader beboet voor het gebruik van de auto met geschorst kenteken en het rijden zonder geldig rijbewijs.
De rechtbank en het hof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigden de naheffingsaanslag en boete. In cassatie betoogde belanghebbende onder meer dat sprake zou zijn van dubbele bestraffing, wat de Hoge Raad verwierp.
De Hoge Raad oordeelde dat de boete aan de vader en die aan belanghebbende betrekking hebben op verschillende feiten: het rijden met een geschorst kenteken versus het niet betalen van motorrijtuigenbelasting. Hierdoor is geen sprake van dubbele bestraffing. Tevens werd bevestigd dat het ontbreken van een tegenbewijsregeling in de motorrijtuigenbelastingwet niet in strijd is met nationale of internationale rechtsregels.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat geen sprake is van dubbele bestraffing.