ECLI:NL:PHR:2014:381
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting bij niet-naleving handelaarsregeling
Belanghebbende exploiteert een autobedrijf en beschikte over een handelaarskenteken. Op vier verschillende dagen in juli 2011 werd geconstateerd dat een motorrijtuig uit zijn bedrijfsvoorraad zonder handelaarskenteken op de openbare weg werd gebruikt. De Inspecteur legde daarop vier naheffingsaanslagen en bijbehorende verzuimboetes op, berekend over een periode van twaalf maanden per constatering.
Belanghebbende betwistte de aanslagen en boetes, stellende dat hij de reguliere motorrijtuigenbelasting reeds had voldaan en dat de naheffingsaanslagen als strafrechtelijke sancties ('criminal charge') in de zin van artikel 6 EVRM Pro moesten worden aangemerkt. Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslagen niet bestraffend maar reparatoir van aard zijn en dat het opleggen van meerdere aanslagen per kalenderdag geoorloofd is. Ook achtte het Hof de boetes passend en geboden.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat de naheffing ingevolge artikel 69 Wet Pro MRB een praktische regeling is om bewijsproblemen te ondervangen en niet als strafrechtelijke sanctie moet worden gezien. De naheffing heeft een reparatoir karakter met een preventieve werking, maar is geen 'criminal charge'. De boetes zijn eveneens rechtsgeldig opgelegd. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de naheffingsaanslagen en boetes.