Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
4 november 2009 - 3 november 2010
1.Inleiding
V-N2013/615 en
NTFR2013/652 met noot Elbert.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Regelgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
Wet- en regelgeving
5.Beschouwing en beoordeling
nagehevenindien niet is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de handelaarsregeling. De
materiële verschuldigdheidvan de belasting vangt naar mijn mening reeds aan op het moment dat met een voertuig uit de handelsvoorraad van de weg gebruik wordt gemaakt terwijl niet is voldaan aan de gestelde voorwaarden, waaronder het gebruik van handelaarskentekenplaten. In dat geval is ingevolge artikel 70 in Pro verbinding met artikel 37 MRB Pro, artikel 67c AWR van overeenkomstige toepassing. Dat niet elk ongeoorloofd gebruik van de openbare weg wordt geconstateerd, zodat het dan niet komt tot de oplegging van een naheffingsaanslag, is een andere kwestie. Ook in zoverre slaagt het tweede middel.