Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
8 april 2014.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor inbraak op 3 december 2009 te Barneveld, waarbij hij samen met een ander een woning binnendrong en geld, een mobiele telefoon, sleutels en videobandjes meenam. De veroordeling steunde grotendeels op de verklaringen van een medeverdachte.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen van de medeverdachte niet betrouwbaar waren en onvoldoende werden ondersteund door ander bewijs. Het hof oordeelde echter dat er geen reden was om aan de betrouwbaarheid te twijfelen en baseerde daarop zijn oordeel. De Hoge Raad stelde vast dat het hof niet voldoende had gemotiveerd waarom het afweek van het door de verdediging uitdrukkelijk en onderbouwd naar voren gebrachte standpunt over de betrouwbaarheid van de medeverdachte.
Dit gebrek aan motivering is in strijd met artikel 359, tweede lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering en leidt tot nietigheid van het arrest. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende motivering over de betrouwbaarheid van medeverdachte.